174. H. Matzer van Bloois1 aan O. Noordmans
Wadenooijen, 19 april 1903
Amice frater,
Laat ik op al de hiëroglyfen en kanttekeningen, die mij in de laatste tijd van jou onder ogen kwamen, nu toch eens antwoorden. ’t Is schande, dat ik niet eerder aan je schreef. Maar met al de drukte van mijn kersverse huisvaderlijkheid kwam er tot hiertoe niets van eens rustig te kunnen schrijven. Het wittebrood voor Matzer, uit een van je kanttekeningen, doelde natuurlijk op de ‘witte-broodsweken.’ Tot mijn teleurstelling moet ik je meedelen dat die voor mij niet bestaan, want ... hier is niets dan grof tarwebrood te krijgen. Wat is het een eigenwijs idee om zo in al de waardigheid van een pastor loci de gemeente door te gaan. Het is nog zo moeilijk te realiseren, in welk een geheel andere positie je gekomen bent. En bij mijn intree voelde ik me veel meer collega van mijn vrienden uit Utrecht dan van al die weleerwaarde heren, die door hun witte boorden en hoge hoeden de plechtigheid van de dag wilden verhogen. Laat ik je nu eerst eens zeggen dat mijn Suzanna en ik het uitnemend met elkaar en met de gemeente kunnen vinden. Het zou ons een ontzettend groot genoegen doen je eens als onze gast te ontvangen. Komt ge ook naar de predikantenvergadering in Utrecht? In dat geval zoudt ge wel eens bij ons een paar dagen kunnen blijven. Wadenoyen ligt dicht bij Utrecht. Ge behoeft volstrekt niet bevreesd te zijn, dat wij je door witte-broodsstemming of wel ‘jam-stemming’ enige ergernis zullen geven. Mocht onze gezellige omgang met elkaar je tot jaloersheid brengen en het voornemen of verlangen in je opwekken om ook een hulpe tegenover je te zoeken, dan zou ons dat tot grote blijdschap stemmen. Het gaat met mijn werk in de gemeente heel goed. De opkomst in de kerk is bijzonder groot. Mocht ge een zondag bij ons verblijven, dan is de kansel van Wadenoyen die dag voor jou. Aanstaande week begin ik met het onderwijs voor de jeugd. Zeer verlangend ben ik eens iets van je te horen. Met hartelijke groeten van mijn vrouw en mij je vriend
Herman Matzer.
(AN)