326. O. Noordmans aan D. Boer
Suameer, 13 mei 1921
Amice,
Je postwissel ad f 29,- ontving ik. In de Rotterdammer las ik vanmorgen een verslagje van de conferentie te Utrecht. Als ’t niet te veel gevraagd is, zou ik het prettig vinden van je te horen over wat er is gebeurd. De bijzonderheden hoor ik wel eens van Klein Wassink.1 Maar heeft de conferentie enig resultaat van betekenis opgeleverd? Nog iets. Bij de behandeling van de wet op grondbelasting wordt de mogelijkheid overwogen om kleine bezitters te ontlasten. Of mensen met kleine inkomens. Nu hebben vele predikanten hun traktement, groter of kleiner, uit landerijen. Is het niet tijd, dat de wetgever er rekening mee gaat houden, dat predikantstraktementen in een uitzonderingspositie verkeren als ze uit landerijen opkomen? Moet er niet mee gerekend, dat in zo’n geval de opbrengst tegelijk traktement is, en dan nog vaak een onvoldoend traktement? En moet, wanneer uitzonderingen in de wet worden opgenomen, niet dit een der eerste en noodzakelijkste zijn? Ik weet niet of er nog tijd is voor de Bond om bij de behandeling van de wet een kamerlid onder de arm te nemen. Anders ... doe het haastig! M’n gezondheid gaat beter. Met hartelijke groeten, tt.
O. Noordmans.
(ABNP)