382. J.H. Gunning JHzn.1 aan O. Noordmans
Bilthoven, 19 juni 1930
Beste Noordmans,
Uw brief was mij een grote verrassing. Het is goed en nodig, dat die voortreffelijke opstellen, die gij hier en daar gegeven hebt en die alle getuigenis afleggen van uw rijke geest, aan de vergetelheid ontrukt worden. Gij hebt uw geheel eigen blik op de dingen, en kunt voor onze kerk en theologie nog zo veel zijn. Ik begrijp niet dat een invalide miljonair als prof. Van Nes2 zijn werk, dat hij toch niet meer doen kan, niet opgeeft en u als zijn opvolger begeert. Gij wordt allengs een dagje ouder, nu zoudt gij nog met zegen en tot hulp voor velen die post kunnen bekleden. Ik heb (dit zeg ik u in strikt vertrouwen) voor enige maanden aan de Theologische Faculteit van Utrecht in alle bescheidenheid geschreven hoe wenselijk het zou zijn dat de Senaat u honoris causa doctoreerde. Maar ik ben zonder invloed, en het kan best zijn dat zij deze brief eenvoudig naast zich hebben neergelegd. Zeker is het evenwel dat er toch velen in den lande zijn, die u hogelijk waarderen en die van u nog veel verwachten. God zegene u, ik zal blij zijn die bundel te ontvangen en te lezen. Geloof mij, met een hartelijke handdruk, uw vriend
J.H. Gunning JHzn.
(AN)