Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A · 7. Laren

Weergave

394. D. Tromp1 aan O. Noordmans

Zandvoort, maart 1931

Hoogeachte ds. Noordmans,

In mijn brief vergat ik de volgende vraag: die scintillulae2, waarover u spreekt op blz. 146,3 die onsamenhangende stof, die nodig heeft geschapen te worden door Woord en Geest, die zondige geest, cultuur en moraal, behouden die toch het recht om object te zijn onzer wijsgerige bezinning? Immers, het uitgangspunt van Kant’s filosofie is het vertrouwen in hetgeen wij menselijke cultuur noemen. Cultuur dan als omschrijving van wat door mensen gewild en bewerkt wordt naar een objectief gezichtspunt. Nu weten we hoe de stof waaruit deze cultuur wordt opgebouwd, geweldige schokken ontvangt in het peri-helium.4 Maar blijft dan toch over het recht en de plicht der wijsgerige benadering der vragen? Blijft de humaniteit, eschatologisch beoordeeld, toch de eis in zich houden haar op wijsgerige wijze te doorgronden, te dienen, te steunen? Of is de arbeid der wijsbegeerte in deze scintillulae het werk van de stadsreiniging: opruimen? In hoeverre heeft de wijsgerige benadering en verkenning en beschrijving voor ons nog plicht en waarde? Heeft de arbeid in deze resten nog enige betekenis voor u? Behalve dan misschien de taak dat die arbeid aantoont, dat het inderdaad maar resten zijn? En dan ... u heeft mijn brief toch gelezen als die van de leerling die alleen maar vroeg, waarom u reist met zoveel bagage. En dat, omdat nog niemand mij heeft aangetoond dat er werkelijk zoveel lijnen zijn door te trekken van Gunnings theologie naar uw ‘ethische’ theologie. Gunnings theologie schijnt mij opgebouwd te zijn in het ab-helium.5 Zijn vroomheid draagt wel ander karakter. Maar ... dat is niettegenstaande zijn theologie, schijnt mij. Zou Leiden6 kans geven? Ik zou er blij om zijn. Vriendelijke groet van uw,

D. Tromp.

(AN)

Noten

  1. 1

    D. Tromp, zie brief nr. 393 (feb. 1931), n. 1.↩

  2. 2

    Lat.: vonkjes.↩

  3. 3

    Geestelijke Perspectieven, VW 3, 452v.↩

  4. 4

    = wanneer de aarde in haar omloop het dichtst bij de zon is, zie VW 3, 464.↩

  5. 5

    moet zijn afelium = wanneer de aarde in haar omloop het verst van de zon is, zie VW 3, 464.↩

  6. 6

    Doelt op de vacature H.T. de Graaf; zie brief nr. 396 (17.3.1931).↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 393. D. Tromp aan O. Noordmans7. Laren395. O. Noordmans aan K.H. Miskotte →