396. W.Th. Boissevain1 aan O. Noordmans
Oegstgeest, 17 maart 1931
Zeer vertrouwelijk
Amice,
Laat me je even op de hoogte mogen brengen van de huidige stand van zaken. Het is mijn vriend niet gelukt je naam op de voordracht der curatoren2 te krijgen. Dan was het gegaan ten koste van Aalders3 en u samen. Ge begrijpt de situatie. Mocht de minister4 twijfelen, dan zou hij altijd nog met uw naam te voorschijn kunnen komen, die van andere zijde (niet op een voordracht) de minister ook reeds genoemd is. Het spijt mij, dat het niet verder gebracht is. Wat ge mist is de traditionele ‘kruiwagen’, een eenvoudig en toch lucratief vervoermiddel, anticultureel maar profijtelijk; men zou het ’n ‘paradoxaal’ meubel kunnen noemen. Waaruit ge alweer ziet, dat de paradox niet qualitate qua een dienstmaagd is van de geest. Hetgeen ons weer zou kunnen stuwen in humanistische banen. Mocht de minister weifelen, dan verneem ik dat weer. Kent ge geen persoon, die voor de minister gezaghebbend geldt, gereformeerd getint dus, die dan te baat zou kunnen worden genomen en tot ‘kruiwagen’ gepromoveerd? Of trekt ge u nu maar liever weer in de ascesecel der diepere wijsheid terug, om slechts ‘wijsheid’ te spreken onder de ‘volmaakten’,5 hetgeen niet dadelijk het deel eens hoogleraars is? Wees hartelijk gegroet, u uw zeer toegenegen
W.Th. Boissevain.
(AN)