De ‘Grote Synode’ stond op het programma van het Ontwerp 1929 van KH dat in dat jaar door de synode was verworpen. De afwijzing van die voorstellen leidde tot de oprichting van het Nederlands Verbond tot Kerkherstel (zie ook VW 5, 84v. n.1). Op dit moment was KH bezig met een eigen actie om het punt van de grote synode alsnog te verwezenlijken. Aan de synode werd verzocht de Grote Synode in te voeren. Voor de indiening van het voorstel werd het argument gebruikt, dat er nooit een officieel besluit over was genomen en derhalve kerkelijk nog steeds aan de orde was. Om steun voor dit voorstel te verwerven werd zowel aan de kerkeraden als aan de classicale vergaderingen een schrijven gericht met het verzoek adhesie te betuigen. Het nu ingediende voorstel was in feite een beperkte versie van het oorspronkelijke van 1929 en behelsde het volgende: De synode bestond uit 19 leden, gekozen door de Provinciale Kerkbesturen. Deze diende plaats te maken voor een grotere, door de classes gekozen synode. Iedere classis zou daarvoor één lid leveren. Gestreefd zou moeten worden naar een gelijk aantal ouderlingen en predikanten. Op deze wijze dacht men de synode dichter bij de gemeenten te brengen. Alle uitgegane brieven, incl. het voorstel, werden opgenomen in NKL 3 (juni 1933) nr.10, 74-76. Tijdens de moderamenvergadering KO van 20.6.1933 noemde Brouwer de handelwijze van KH ‘een onhoffelijke geste tegenover Kerkopbouw.’ Hij achtte het bovendien een gevaarlijke zaak want: ‘Een groot aantal klassikale vergaderingen zal zich er voor uitspreken en dit zal aanleiding zijn om ons reorganisatieontwerp te duperen.’ In reactie op de actie van KH richtte KO een schrijven aan alle classicale vergaderingen met het advies het voorstel van KH niet te steunen in afwachting van het reorganisatievoorstel KO, waarin in een betere vertegenwoordiging was voorzien. Het was de opzet van KO eerst binnen de Cie. van Contact hierover met KH in gesprek te komen. KH liet op de laatste dag voor de behandeling in de classicale vergaderingen (28.6.1933) in een rondschrijven weten dat het voorstel Grote Synode niet bedoeld was om de reorganisatievoorstellen van KO te frustreren, omdat een grote synode die beter zou kunnen behandelen dan de huidige kleine. De circulaires van KO en KH zijn opgenomen in het artikel ‘Rondom het voorstel ‘De Grote Synode’’ in: NKL 3 (juli 1933) nr. 11. Dagboek van Brouwer (27.6.1933): ‘Duidelijk is de politiek van KH: eerst de Grote Synode en dan praten wij nader: hiermee wil men ’t ontwerp-KO bestrijden. Ik schrijf dit even aan Noordmans, met toevoeging van ’t ingezonden van De Nederlander (27.6.1933 : stuk van KH in reactie op het schrijven van KO met oproep toch voor de grote synode te stemmen; dan weet de contactcie., hoe het feitelijk staat. Zij zal veel wijsheid en lankmoedigheid moeten hebben. Gelukkig dat wij in Noordmans en Kohnstamm de besten in dit opzicht hebben. De bewering, dat ’t Groote-Synode-Voorstel kerkelijk nog aan de orde is, is in de brief aan de kerkeraden geuit met een beroep op de Synode v. 1927, die eerst de groote Synode aannam en toen de Reorg. Commissie. Maar in januari 1930 is de reorganisatie (waarin de Grote Synode was opgenomen) verworpen. Toen heeft Kerkherstel tegen de juli/aug. vergadering v/d Synode wéér voorgesteld òf ’t Reorg. Voorstel alsnog in de kerk te sturen, òf althans ’t Groote-Synode-Voorstel aan te nemen. Dit is toen verworpen met 15 tegen 4 stemmen (Zie Handelingen 1930, bl. 245-251). Men kan nu toch moeilijk zeggen, dat dit voorstel nog steeds kerkelijk aan de orde is, als ’t in 1930 met groote meerderheid verworpen is.’↩