450. O. Noordmans aan G. van der Leeuw1
Laren (G.), 20 december 1933
Amice,
Allereerst dank voor de toezending van uw Phänomenologie der Religion.2 Het is een verbazend rijk boek. Tot mijn spijt heb ik nog geen tijd gehad om het door te lezen. Dat is eigenlijk ook niet nodig. Het is, zoals ik onlangs op uw studeerkamer zei, een verleidelijk boek. Het nodigt uit om het open te slaan en in te kijken. En dan telkens een van die korte hoofdstukken eens te lezen. Zo het mooie over ‘Mystik’, ‘Dienst’, ‘der Bund’, ‘Communio Sanctorum’. Een attractie is ook vooral het algemene, waardoor deze specifiek-religieuze stof zich met alles en alles verbindt. Is dit ook een gevaar? Maar gij schreeft geen dogmatiek, doch een fenomenologie. Ik ben erg blij dat ik het werk bezit. Uw Dogmatische Brieven3 kreeg ik ter recensie voor het Algemeen Weekblad.4 Die zien er van binnen en buiten keurig uit. Ik hoor dat het veel gekocht wordt. Nu de conferentie van 3 januari.5 Ja, ik hoop te komen. ’t Was tot nog toe steeds een mooie dag. Ik zal de f. 5.- gireren. Eindelijk nog een kleinigheid. Hebt gij Aalders’ Incarnatie6 al of gaat ge ’t nog kopen? In ’t laatste geval zoudt ge mij een dienst kunnen bewijzen. Ik kocht het en kreeg een recensie-exemplaar. Dat is dubbel. En ’t is een duur boek. Mocht ge ’t nog willen aanschaffen, wilt ge mijn exemplaar dan overnemen, ingepakt en fris van de boekhandel? Mag ik even een kaart? Tot ziens in Bilthoven. Met vriendelijke groet, t.t.
O. Noordmans.
(ARUG)