Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A · 7. Laren

Weergave

478. K.H. Miskotte aan O. Noordmans

Haarlem, 14 december 1934

Zeer vereerde Noordmans,

Zo opent zich dan toch nog de mogelijkheid, dat u als ‘lerend oudste’ in Utrecht zult komen.1 Ik had het niet gedacht; van alle kanten luidde de mare: dat u te oud was; trouwens dat was 2 jaar geleden,2 en 8 jaar geleden (naast Van Rhijn3 staande)4 ook al zo. Maar het rad van avontuur wentelt zonder richting - en juist zo onder aether-druk van hoger Raad. Ook dat Berkelbach5 weer op het drietal verschijnt, tegen de mos, was een verrassing. Hij begint van zijn geweldig pastoraat moe te worden, daarom gun ik het hem wel - maar anderzijds (en nog afgezien daàrvan, dat hij naast u niet kan bestaàn) hoe oneconomisch6 is het van de kerk om een onvervangbaar stadspastor te maken tot een zeer vervangbaar hoogleraar in de dogmatiek. Deze spijze hebben de jonge mannen, die het ambt begeren, vóór alles nodig - en dat kan nimmer worden goedgemaakt door wat men van Berkelbach verwacht; dat hij de studenten zal ‘enthousiasmeren’ voor het ambt. Hoe het zij, ik verblijd mij van harte mèt u in de geopende mogelijkheid! Met hartelijke groeten, uw dw.,

K.H. Miskotte.

(AN)

Noten

  1. 1

    ON stond op het drietal voor Utrecht in 1934 met S.H.F.J. Berkelbach van de Sprenkel en G. Oorthuys. Bij de eerste stemming was de verhouding 9-6-4; bij de tweede stemming 10-6-3. Berkelbach werd benoemd.↩

  2. 2

    De Synode benoemde 8 juni 1932 F.W.A. Korff in de vacature H.M. van Nes aan de universiteit van Leiden. Berkelbach v.d. Sprenkel stond daar ook op het drietal. ON stond op de nominatie, maar heeft het drietal niet gehaald.↩

  3. 3

    M. van Rhijn, zie brief nr. 346 (29.11.1924), n. 7.↩

  4. 4

    In 1926 benoemde de Synode M. van Rhijn te Utrecht in de vacature J.R. Slotemaker de Bruïne. Ook toen stond ON reeds op het drietal.↩

  5. 5

    S.F.H.J. Berkelbach van der Sprenkel, zie brief nr. 415 (27.4.1932), n. 3.↩

  6. 6

    Zie M.J.A. de Vrijer De dominee in de praktijk (oratie Utrecht 1935) (Amsterdam 1935), 5v.: ‘Twee malen in eenzelfde jaar riep de Synode een practicus en wees hem den academische katheder. Toeval is het nimmer. Zij deed het welbewust ... Zij het ook, dat wij daar persoonlijk in worden betrokken, de Synode wilde bewust manifesteren: de jonge generatie zal toebereid worden tot het heilig ambt van de directe werkelijkheid uit, in de moderne, in de vreselijke en beloftevolle tijd van heden. Ik trekt de lijnen door: zij riep twee mannen met een vrijwel evenwijdige opvoeding tot de Taak...Beiden niet een vluchtige periode in een kleiner dorp...Beiden aan het slot in een langdurige stads-practijk, met haar angsten en zaligheden...Daaruit wenkte de Synode en zij wilde verdragen, dat sommigen haar - men vergeve mij dezen schijn van verwaandheid - oneconomische luxe verweten.’↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 477. K.H. Miskotte aan O. Noordmans7. Laren479. J. Koopmans aan O. Noordmans →