192. Ouders aan Oepke
Scharnegoutum, 7 oktober 1906
Geliefde zoon Oepke,
Met begin oktober heb ik een afzonderlijk nummer van De Volksbode1 aan uw adres laten verzenden. Als mijn bestelling goed uitkomt, dan hebt gij nu reeds een nummer rechtstreeks van de drukkerij aan uw adres ontvangen, zo niet, schrijf dan. Wij hebben de lekkere peren en salie ontvangen. Moeder vindt ze heel lekker. Wij zeggen u hartelijk dank, en voor het geschenk en voor wat er uit spreekt. Moeders rug gaat goed beterende vooruit. Als ze zich steeds in acht neemt dan zal het zo zachtkens weer beter worden. Mijn zwak is na de diarree ook langzaam aan weer sterkende, tot de oude toestand terugkerende en de laatste dagen ben ik niet bijzon der vlug, heden weer iets beter. De familie uit Spannum, mijn broeder en kinderen, zijn l.l.2 een dag bij ons geweest. En een week daarna de familie van de kinderen van Willem de Roos, Wutto Bouke en Tjitse met hun vrouwen. Oepke de Roos is een dag eerder met twee van zijn jongens een paar uur bij ons geweest. Hij was thans zeer vriendelijk, voorkomend en instemmend. Natuurlijk de scheiding daar buiten. Trijntje is ook sedert enige dagen naar haar huiselijke kring teruggekeerd, ons is vandaar bericht, dat alles in goede doen was. Onze huishouding is nu weer tot het gewone drietal teruggekeerd. Zie hier u een en ander gemeld, byzonderheden, die opvallen, heb ik niet te melden. En over kerkelijke vraagstukken of andere zaken desaangaande bestaat er althans vooralsnog tussen ons geen correspondentie. Hartelijk gegroet van moeder en mij aan onze geliefde zoon Oepke, die wij spoedig eens ten onzent hopen te ontmoeten.
D.P. Noordmans, G.O. de Roos.
(AN)