199. Oepke aan zijn ouders
Idsegahuizum, 11 oktober 1907
Geliefde Ouders,
Hartelijk dank voor de toegezonden appels en peren. Hedenavond ontving ik de laatste bezending. Het zijn mooie appels voor deze jaargang. Ik vernam uit uw schrijven dat het plan bestaat drie dagen weer naar Tzum te gaan. Is het niet wat laat in de tijd voor zulke reizen? Hier is alles wel. Woensdag a.s. hebben we Evangelisatiedag in Bolsward, waar ik hoop te zijn. De winterwerkzaamheden beginnen langzamerhand weer, huisbezoek en catechisaties. Het is gelukkig dat we nog zo’n prachtige nazomer hebben gehad. Misschien was ik op een der mooie dagen nog wel eens gekomen, maar mijn fiets staat al geruime tijd kaduuk op stal. Anders was ik misschien ook nog eens naar Pier gegaan, waar we over gesproken hadden. Ik vrees dat er thans niet veel meer van zal komen. Ds. Flieringa had ik hier een dag, heel gezellig. Het kwam mij voor dat hij zeer goed te spreken was over zijn 25-jarig jubilee. Wanneer ik het kan bijbrengen, hoop ik in ’t laatst van oktober eens een dag te komen. Met vriendelijke groeten uw u liefhebbende zoon
Oepke.
(AN)