225. Oepke aan zijn moeder
Idsegahuizum, 30 december 1908
Lieve Moeder,
Bij mijn vertrek vergat ik mee te nemen drie boekjes van ‘Kinderzorg’,1 die op de tafel in ’t kamertje lagen. Ook vergat ik een boord, maar die kan wel blijven. Wil mij echter s.v.p. de drie blauwe boekjes even toezenden. En nu bedenk ik ineens, dat u deze kaart niet voor Nieuwjaar zult krijgen. En daarom veel heil en zegen in ’t nieuwe jaar. Geve God u sterkte en zegen! Mijn appels zijn alle bevroren en zo hard als bikkels. ’t Huis zat vol ijs. Ik hoop dat de aardappelen er niet van geleden zullen hebben. Maar mijn beste appels. Dat is jammer! En nu veel heil en zegen, met vriendelijke groeten, uw u liefhebbende zoon,
Oepke.
(AN)