Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Idsegahuizum en Piaam 1903-1910

Weergave
Passages naar Readwise sturen

262. G.A. Wumkes1 aan O. Noordmans

Sneek, 25 april 1910

Waarde collega,

Hartelijk dank voor uw inhoudrijke brief,2 die mij wel niet gaf wat ik u vroeg, maar mij zo recht heeft verblijd om de breedte van uw blik, die eruit spreekt. Ik stem geheel in met uw zienswijze, dat alleen een beeld gevat in een romantisch raam zou bevredigen. Ja, daar moet het heen, een Friese Adam Bede!3 Maar eerst moet pionierswerk worden gedaan. De herinneringen, die goud waard zijn, moeten worden verzameld en opgetekend. Die generatie is heengegaan en wie ontfermt zich over haar heugenissen? Gij weet niet, hoeveel moeite het mij kost achter de meest eenvoudige zaken uit de jaren 1850-1870 te komen. Maar als nu de zaak niet wordt aangevat, wordt het hopeloos. Nu kunnen de tachtigers nog geraadpleegd worden. Nu komt men van hen nog typische zegswijzen te weten. Maar is het geen zonde en jammer, dat er nu niet meer een flauw beeld kan getekend worden van de oude Noordmans fen Allingawier,4 die een groot vriend was van Felix5 en die ik nog even kon laten optreden in mijn levensschets van Thomas Sjolles Sinia van Sibrandahuis.6 Ik heb nog enkele karakteristieke uitspraken van hem, die in de schets van Jan Piers Eringa voorkomen,7 maar wat is er verder nog te vinden. En toch zo’n mooie, kante8 figuur. Och, had ds. Felix eens een dagboek nagelaten! Ik bind u op ’t hart op te tekenen van de familie-herinneringen zo veel ge kunt. Nee, het intieme behoeven wij niet, maar wat zij gedaan hebben voor hun omgeving, voor onze kerk, voor het Friese volk. Ik weet, dit is aan de ene zijde oppervlakkig werk, maar aan de andere zijde toch belangrijk werk, want anders gaat al de heugenis verloren. Kunt gij op die wijze niet iets doen? Gij, Fries, uit zulke ‘historische’ familie gesproten, zijt in zoveel gunstiger conditie dan ik. Scherp eens uw pen. Gij bewijst er het Friese volk een dienst mee. Hartelijke groeten, Uw dw. collega,

G.A. Wumkes.

(AN)

Noten

  1. 1

    G.A. Wumkes, zie brief nr. 259 (15.4.1910), n. 1.↩

  2. 2

    Zie brief nr. 261 (24.4.1910).↩

  3. 3

    Idem, n. 4.↩

  4. 4

    Dirk Jacob Noordmans van Allingawier.↩

  5. 5

    J.W. Felix, zie brief nr. 50 (4.10.1888), n. 6.↩

  6. 6

    ‘Thomas Sjolles Sinia’ in: G.A. Wumkes Yn ús eigen tael 2 (1910), 44-58; Het Friese Reveil 177-189. Zie 184: ‘Op een zondag ging Dirk Noordmans van Allingawier, die door ds. Felix ‘onze Friese professor’ werd genoemd, met zijn tweespan naar Sijbrandahuis om ds. Eykman te horen. Na kerktijd werd er weer ingespannen. Toen ging hij naar het koffiehuis van Seard Binnerts Rintsjema en zijn vrouw, de oude Ytsje-moei in Rinsumageest. Thomas Sinia zat daar in een hoekje. Noordmans kwam binnen en zei: “ik loop met een vraag rond en ik weet niet of ik er een antwoord op kan krijgen: Is Gods volk in Gods ogen altijd even aangenaam?” ’t Was even muisstil. Toen zei Sinia: “Als niemand daar iets over zeggen wil, dan zal ik het doen. Er moet onderscheid gemaakt worden tussen de rechtvaardigmaking en de heiligmaking. Bij de eerste zaak zal er aan hen niets mankeren, maar bij de tweede zal God vaak op hen moeten toornen, om al het boze dat er nog in Gods volk huist!”’↩

  7. 7

    Vgl. G.A. Wumkes Het Friese Reveil, 115: ‘Dirk Jacob Noordmans van Allingawier, een zakelijk christen, na een diepe weg tot verandering gekomen, een groot vriend van ds. Felix, placht te zeggen tegen hen die altijd zo bekommerd bleven: “Jullie zitten ook altijd in je zelf te wroeten; ga met je koude voeten naar het vuur van Christus.” Tegen de mensen van Berlikum, die ook zo op het onderwerpelijke dreven, zei hij: “Jullie zitten volgens mij in veel te krappe schoenen.”↩

  8. 8

    Fr.: kloek, flink.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 261. O. Noordmans aan G.A. WumkesIdsegahuizum en Piaam 1903-1910263. J.P. Eringa aan O. Noordmans en familie →