Stichting dr. O. Noordmans
Plaats in de uitgave: Idsegahuizum en Piaam
Weergave
Lezen
Lettergrootte

231. A.W. Bronsveld1 aan O. Noordmans

Utrecht, 8 juni 1909

Geachte collega!

’t Spijt mij u te moeten zeggen, dat ik voor dr. A.H. de Hartog2 niet veel sympathie gevoel. Tot de confessionelen mag ik mij zelf niet rekenen, maar de wijze waarop dr. de Hartog ook op de preekstoel zich uitlaat over de Schrift, behaagt mij evenmin. ’t Komt mij voor, dat uw stuk wel wat groot is van omvang - 60 bladzijden. Doch, wat zal ik ervan zeggen, zonder het gezien en gelezen te hebben? Zend het mij dus, s.v.p. Ik heb echter op ’t ogenblik nog grote voorraad van kopie, en kan dus in geen geval dadelijk helpen. Met achting en heilbede, uw dw. collega,

A.W. Bronsveld.

(AN)

Noten

  1. 1

    A.W. Bronsveld (1839-1924), de hoofdredacteur van Stemmen voor Waarheid en Vrede aan wie O.N. een artikel over A.H. de Hartog had gestuurd ter publikatie. Vgl. brief nr. 230 (7.6.1909).

  2. 2

    A.H. de Hartog, zie brief nr. 154 (23.11.1901), n. 1.

← vorige230. A.H. de Hartog aan O. NoordmansIdsegahuizum en Piaamvolgende →232. A.M. Brouwer aan O. Noordmans
Verantwoording

Deze brief komt uit het zetbestand van het gedrukte Verzameld Werk, niet uit een scan; de noten staan bij hun verwijzing. Dat bestand heeft geen paginanummers, daarom wordt een brief aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de Correcties aan om te zien waar de tekst verbeterd is, en waar we twijfelen (⚑). Ziet u een fout, laat het ons weten.

Een fout melden
Bureau