232. A.M. Brouwer aan O. Noordmans
Scharnegoutum, 24 juli 1909
Amice frater,
Een lijvig dossier vanwege Kinderzorg1 dat nog naar Skuzum moet, doet mij naar de pen grijpen om je even te melden, dat ik donderdagavond een zeer voorspoedige reis had. De wind bleek voor mij heel gunstig te wezen. Eerst heb ik nog in Makkum even gepraat met de familie Martens over zoon en broeder in Meppel. Tegen vijven stapte ik op de fiets, liep Bolsward door, waar ik nog een vrijzinnig weekblaadje2 ophaalde en was 5 minuten over half zeven hier in de pastorie. Hier trof ik de familie3 in gezondheid aan. Vrijdag zijn we uit vissen geweest. ’t Doel was eigenlijk de Langweerder wielen, maar wegens de wind zijn we maar dichterbij gebleven maar de ielthe in Skuzumer opfeast beten beter.4 Met een twaalftal vissen, waaronder een paar mooie “modderblaaien” togen we huiswaarts. Het stukje5 in ’t vrijzinnig weekblad van de heer Niemeijer is dun en hoog. Ik weet haast niet of ik er iets op zal antwoorden of niet. ’t Is te wensen dat het tegen ’t zendingsfeest wat is uitgewaaid. Anders belooft het wat, tegen zoveel gedruis in te moeten spreken. ’k Ben hier nog wat blijven hangen, preek hier zondagmorgen en ga maandag door naar Leeuwarden. We zien elkaar hier dus niet meer en dan nog een paar dagen en de vacantiepret is weer uit. Maar de prettige dagen in Skuzum doorgebracht zullen in aangename herinnering blijven. Heb zelf ook een prettige vacantie en vergeet niet dat in Meppel altijd een huis voor je open staat. Met hartelijke groeten, tt.
Nus Brouwer.
Ankerman6 is er met een stevige meerderheid gekomen, hoor ik. Gefeliciteerd!
(AN)