359. M. van Rhijn1 aan O. Noordmans
Groesbeek, 16 augustus 1926
Hooggeachte Heer Noordmans,
Onder de gelukwensen, die ik mocht ontvangen, zijn er weinige die mij zo hebben verheugd als de uwe.2 Want ik weet zelf hoe vreemd het iemand in zulke dagen te moede is, vooral in dit geval, omdat velen meenden dat u uit de bus zoudt komen. Zelf heb ik dit ook verwacht. Tot op het laatste ogenblik. Ik dank u zeer voor uw bewijs van vriendschap. Hoogachtend teken ik mij uw dw:
M. van Rhijn.
(AN)