360. Th.L. Haitjema1 aan O. Noordmans
Groningen, 23 augustus 1926
Hooggeachte ds. Noordmans,
Het zal u bekend zijn, dat, sinds januari van dit jaar, ds. te Winkel2 en ik samen een tijdschrift uitgeven, dat om de drie maanden bij H. Veenman en Zonen te Wageningen verschijnt onder de titel Onder eigen Vaandel.3 Het tijdschrift mag zich in een verblijdend grote belangstelling verheugen. De reeds vrij aanzienlijke lezerskring neemt nog gestadig toe, en breidt zich uit over religieuze en kerkelijke groepen, theologen en leken, van zeer verschillend geestelijk type. En dat, hoewel ons tijdschrift een bepaalde koers heeft, die ik in een inleidend artikel in de eerste aflevering trachtte te omschrijven. Zeer gaarne zou ik in de tweede jaargang van Onder eigen Vaandel ook eens een artikel van uw hand opnemen. Mag ik daarop rekenen? Als ik u dat vraag, veronderstel ik niet, dat u met de toezegging van een bijdrage stilzwijgend instemming met de koers van het tijdschrift betuigen zoudt. Ik vooronderstel alleen, dat uit uw studie vanzelf blijken zou, dat uw diepe en klare, en eerlijk-objectieve artikelen niet ingaan zouden tegen de koers van Onder eigen Vaandel. Zeer gaarne zie ik uw gunstig antwoord tegemoet, zo mogelijk met de aanduiding van het onderwerp, dat u gaarne behandelen zoudt. Met vele vriendelijke groeten, Hoogachtend uw dw.
Th. L. Haitjema.
(AN)