362. D. Boer aan O. Noordmans
Den Haag, 31 januari 1928
Amice,
Op de dag waarop in Larens pastorie feest gevierd wordt vanwege het voorrecht dat de heer des huizes gedurende een kwart eeuw het ambt van de evangeliedienaar heeft mogen bekleden, mag onder de stellig grote stroom van blijken van belangstelling die van alle windstreken zullen inkomen niet ontbreken een hartelijke groet vanuit het beruchte gebouw waar de predikantenbond is gevestigd. Laat ik je en in mij de gehele bond, hartelijk moge gelukwensen en uitspreken hoezeer ook de overige jaren mogen zijn geweest toch stellig onder die vijf en twintig jaren het aantal gedurende hetwelk je tevens lid van het hoofdbestuur mocht zijn niet het minst van betekenis geweest is voor de opbouw van Gods koninkrijk. Meerderen der zitting hebbende en der oud HB-leden zullen aan je denken op je feestdag en zij zullen dankbaar zijn dat ze in moeilijke dagen hebben mogen kennis maken en samenwerken met je vermogen om op dat braakliggende veld iets tot stand te brengen. Bij de gelukwens van de bond voeg ik gaarne de mijne persoonlijk. Heb een goede dag met gemeente en gezin.
Saluut, tt.
D. Boer.
(AN)