Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Laren Gld. 1923-1934

Weergave
Passages naar Readwise sturen

369. O. Noordmans aan K.H. Miskotte

Laren (G.), 7 maart 1928

Geachte collega,

Uw brief1 kreeg ik in een tijd, dat ik buitengewoon bezet was en zo bleef uw schrijven enige tijd liggen. Misschien voor uw doel2 te lang. Ik verzoek u dit uitstel te willen excuseren. - Veranderen van batterij, zoals gij doet is altijd betrekkelijk jammer. Het brengt veel verlies van tijd en moeite, al zijn die natuurlijk niet absoluut verloren. Of Kohlbrugge iets voor u zou kunnen zijn? Ik geloof wel, dat het mogelijk is vanuit Kohlbrugge’s prediking theologische grondstellingen daarachter op te bouwen, maar het bezwaar is, dat de onmiddellijkheid daaronder lijdt. Het vraagstuk van een religieuze fenomenologie en de metafysica is wel actueel, voorzover naar de verhouding tussen beide gevraagd wordt en in die vragen zoudt ge dan middenin zitten. Kohlbrugge-literatuur is er niet zo heel veel. Ge vindt die aangegeven in de ‘Voorrede’ bij Van Lonkhuyzen,3 althans wat z’n leven betreft. - Hoe Kohlbrugge tot z’n inzichten gekomen is? Ik heb de indruk, dat hij een sterke Luther-lezer is geweest en in vrij directe aansluiting aan deze z’n inzichten heeft verkregen. Kohlbrugge had het gevoel oorspronkelijk te zijn en van de dwaalleraars, die hij wist op te noemen, zonderde hij soms alleen Luther uit. Een bibliografie geeft Van Lonkhuyzen achter z’n dissertatie. Ene Gobius du Sart4 ken ik niet. Wanneer ge op dit onderwerp zoudt willen ingaan, dan zal Locher5 uit Leiden u zeker veel inlichtingen kunnen geven. Hij is een geleerd Luther- en Kohlbruggekenner. De keuze zelf? Ja, wat zal ik zeggen. Het is een zo persoonlijke zaak. Plat getreden is dit gebied zeker nog niet. En het opent vele perspectieven op de centrale ideeën in de theologie. Ik hoop dat ge een goede beslissing zult kunnen nemen. Met hoogachting, uw dw.

O. Noordmans.

(AKHM)

Noten

  1. 1

    Deze brief is niet terug gevonden.↩

  2. 2

    Een promotie-onderwerp. Vgl. Inleiding in K.H. Miskotte Het wezen der Joodsche religie 1: ‘Bezig met een onderzoek, betreffende de leer der heiliging in de prediking van Hermann Friedrich Kohlbrugge, sloeg schrijver dezer studie ... een zijpad in’, zie brief nr. 356 (28.7.1926).↩

  3. 3

    J. van Lonkhuijzen (1873-1942), geref. pred., promoveerde 1905 VU bij prof.dr. H.H. Kuyper op Hermann Friedrich Kohlbrugge en zijn prediking in de lijst van zijn tijd.↩

  4. 4

    Gobius du Sart is de naam van enkele bekende predikanten (er waren er vier), die behoorden tot de vrienden van Kohlbrugge: a) G.J. Gobius du Sart (1832-1865) herv. pred. te St. Johannesga, Delfstrahuizen en Arnemuiden. Deze vroeg toen hij vanwege een gezangenkwestie was geschorst Kohlbrugge om raad; b) J.W.F. Gobius du Sart (1860-1924), zoon van a), herv. pred. te Nieuw- en St. Joosland en Woudrichem, promoveerde in 1886 in Utrecht over: De geschiedenis van de liturgische geschriften der Nederlandsche Hervormde Kerk opnieuw onderzocht; c) J.J. Gobius du Sart (1818-1894), herv. pred. te St. Johannesga, Delfstrahuizen, Nigtevecht, Bleskensgraaf, Raamsdonk en Nijkerk. Deze werd in Den Ham beroepen in de vacature van ds. Havinga, maar bedankte. Ds. Havinga werd toen opnieuw naar Den Ham beroepen en nam het beroep aan in zijn eigen vacature. Vele Hervormden kerkten in deze vacaturetijd in de Gereformeerde Kerk. Toen Havinga terugkeerde, zegden zij prompt weer hun plaatsen op in de Gereformeerde Kerk. Miskotte’s moeder, Titia Alagonda Haan, was een pleegdochter en nicht van Ds. Havinga. Miskotte’s vader was een zoon van de toenmalige ouderling en president-kerkvoogd te Den Ham: G.J. Miskotte. J.J. Gobius du Sart schreef een voorrede en aantekeningen bij Kohlbrugge’s Betrachting over het eerste kapittel van het Evangelie van Mattheüs, door hem ook in het Nederlands vertaald. Zie over laatstgenoemde: Elisabeth Kluit Het Réveil in Nederland (1936), 290 en Het protestantse Réveil in Nederland en daarbuiten 1815-1865 (1970), 465. In beide genoemde citaten van Elisabeth Kluit is J.J. Gobius du Sart bedoeld: ‘dominé Gobius du Sart van Nichtevegt, die op en top een orthodox dominé is.’ d) Hoogst waarschijnlijk bedoelt Miskotte de vierde Gobius du Sart, nl. J.C.G. Gobius du Sart (1861-1936), zoon van a) G.J., herv. pred. te Benthuizen (Z.H.) 1888, Eemnes-Buiten 1891, Wijk bij Heusden 1897-1936.↩

  5. 5

    J.C.S. Locher, zie brief nr. 335 (27.4.1922), n. 2.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 368. O. Noordmans aan D. BoerLaren Gld. 1923-1934370. K.H. Miskotte aan O. Noordmans →