Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Laren Gld. 1923-1934

Weergave
Passages naar Readwise sturen

373. K.H. Miskotte aan O. Noordmans

Meppel, 24 december 1928

Zeer geachte ds. Noordmans,

Gelijk alles wat van uw hand verschijnt vond uw stuk ‘Daad en lot’ in de Barchem-bladen1 mijn gespannen belangstelling. Maar juist naar aanleiding van dit artikel rezen een paar vragen bij mij, die ik o zo graag door u beantwoord zag. Geloof me, het zijn werkelijke vragen. Ik had in Laren wel eens de indruk, dat u meende, dat ik het meende te weten. Terzake, als u het goed vindt: Ik dacht dat de termen ‘Daad’ en ‘Lot’ woord-symbolen waren voor twee zijden van het menselijk levensgevoel of voor een vereenzijdigd, verhevigd levensgevoel in typische structuren. En nu is mijn vraag eerst deze: u houdt deze woorden voor meer, voor aanduidend bijna metafysische wezenheden - gesteld dat wij dit voor de gelegenheid terwille van de bouw van het betoog aanvaarden, waarom verschijnt God aan het eind in parallellie met ‘het’ lot?2 Verder wou ik vragen: is een preferentie voor de vita passiva niet een hybris, die in strijd is met de Realdialektik (vergeef het dikke woord!) van het geestelijk leven? Wanneer men dit één ogenblik vergeet, komt men dan niet tot een uitspraak als déze: dat Rembrandt niet de zelfontwikkeling kan schilderen, maar wel de wijsheid die van bóven is?3 Ik dacht dat het eerste nog eerder mogelijk was dan het laatste. Ben ik daarin fout? Tenslotte wou ik u vragen: is het niet mogelijk dat een mens, wien de adem van het Einde raakte, zich verzet tegen het (moderne) Lot, juist omdat het de demonische Daad is geworden?4 Kan daarom bijvoorbeeld een Vredesactie niet voortkomen uit een rechabitische5 reactie die vol heenwijzing is naar het ware Lot en naar de grote Daden Gods? Geeft uw beschouwing geen aanleiding tot de stellingen van Max Brod in zijn Heidentum, Christentum, Judentum,6 waarin wordt gezegd dat de joodse, messianistische geest alleen (deemoedig èn verantwoordelijk) onderscheidt tussen leed en leed, tussen (om uw termen te gebruiken) leed als lot (= Godsgave) en leed als daad (van de demonische wereld)?7 Kunt u deze vluchtig gestelde vragen (tussen twee Kerstpreken door in der haast opgesteld, omdat er later wellicht helemaal niets meer van komt begrijpen? Natuurlijk zijn ze niet zonder meer te ‘beantwoorden’ - maar het zou voor mij van belang zijn als ik me met u één wist in de afwijzing van de idealen die b.v. De Ligt in ditzelfde nummer verkondigt,8 zonder in de hybris van het passieve te vervallen. Bij voorbaat mijn hartelijke dank voor uw aandacht, met vriendelijke groet uw dw.,

K.H. Miskotte.

P.S. Is er nog iets gekomen van Le soleil de Satan?9 Zo niet, dan kan ik u misschien dienen met de toezending van mijn herwonnen exemplaar. K.H.M.

(AN)

Noten

  1. 1

    ‘Daad en lot’ in: VW 6, 590-603.↩

  2. 2

    VW 6, 599.↩

  3. 3

    VW 6, 598v.↩

  4. 4

    Vgl. de eerste alinea’s van ‘Daad en lot’ (VW 6, 590). Vgl. ook VW 6, 591.↩

  5. 5

    Zie Jeremia 35.↩

  6. 6

    M. Brod Heidentum Christentum, Judentum 2 dln. (München 1922) 2e Afl. Max Brod (1884-1968), Tsjechisch-joods, later Israëlisch schrijver en essayist, actief zionist, vriend en biograaf van Franz Kafka.↩

  7. 7

    Vgl. n. 3.↩

  8. 8

    B. de Ligt, ‘Mijn kijk op de cultuur’ in Barchem-Bladen 4 (1928/1929), 112-128.↩

  9. 9

    Vgl. de brieven nr. 370 (25.7.1928) en nr. 712 (30.7.1943).↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 372. J.H. Gunning JHzn. aan O. NoordmansLaren Gld. 1923-1934374. H. Visser aan O. Noordmans →