Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Laren Gld. 1923-1934

Weergave
Passages naar Readwise sturen

406. G.W. Oberman1 aan O. Noordmans

Utrecht, 15 januari 1932

Beste ds. Noordmans,

Er is door ons na 28 november 19312 geen brief geschreven aan Herstel om te confereren.3 Hierbij voeg ik de verklaring, die het moderamen nodig vond te zenden aan ‘Herstel’ en enkele dagen later te publiceren.4 Op deze brief zal Evenhuis5 doelen en u op een dwaalspoor hebben gebracht. Overigens heeft u volkomen gelijk dat wij niet buiten onze commissie van contact6 om een invitatie lanceren moeten. Tegelijk zend ik u een tweede brief. Nu van Herstel aan ons.7 Het lijkt ons (prof. Brouwer en mij)8 nodig dat onze commissie van contact van dit schrijven kennis neemt. 10 februari zal over de inhoud beraadslaagd worden.9 Blijkbaar is deze brief geschreven na de vergadering met u.10 ‘Herstel’ wil nog wel eens praten. Uw indruk is een andere. Ik zend u dus p.o. deze brief. Overigens, dit in vertrouwen, ik hou mijn hart vast voor die grote vergadering waar de kerk weer als kerk zal spreken.11 Leve de demokratie. Maar hierover mondeling. Hartelijk gegroet. Tot 10 februari. Hartelijke handdruk en meeste hoogachting, uw vriend

G.W. Oberman.

(AN)

Noten

  1. 1

    G.W. Oberman, zie brief nr. 399 (2.6.1931), n.1.↩

  2. 2

    Zie brief nr. 404 (28.11.1931).↩

  3. 3

    Uit het dagboek van Brouwer blijkt dat er wel degelijk nog een ander schrijven naar KH is uitgegaan en dat Oberman daarbij betrokken was. Het moderamen besloot op 23.11.1931 te Bilthoven aan KH een schrijven te richten ‘waarin gewezen zal worden op het werk van de reorganisatie-commissie en gevraagd om gedurende de studietijd geen strijd te voeren over nieuwe meningsverschillen, maar gemeenschappelijk de Geloofsbelijdenis door den nood van dezen tijd (atheïsme) heen te dragen’ (uit de notulen). Op 28.11.1931 noteert Brouwer: ‘V/d Riet brengt een perscommuniqué over de verhouding tot ‘Kerkherstel’. Oberman zou dit communiqué willen sturen aan Evenhuis! Daarop heb ik een brief ontworpen, om naar KH te sturen, en communiqué wat gewijzigd.’ Vervolgens op 30.11.1931: ‘De brief aan (Evenhuis) Bestuur Kerkherstel verzonden.’ Brouwer tekent er bij aan dat de copie van de brief door hem in zijn dagboek is bewaard. Helaas is deze eruit verdwenen.↩

  4. 4

    Vgl. brief nr. 404 (28.11.1931), n. 2. Deze verklaring van het moderamen van KO is in enigszins andere bewoordingen gepubliceerd in KO 1 (4.12.1931) nr. 19: ‘Het moderamen van ‘Kerkopbouw’ deelt mede, dat in zijn vergadering van 23 Nov. ’31 besloten is het volgende ter kennis te brengen van het bestuur van het ‘Ned. Herv. Verbond tot Kerkherstel’. 1) ‘Kerkopbouw’ acht, ook na verwerping van het reorganisatie-voorstel door de Synode, dat een reorganisatie nog steeds noodzakelijk is; 2) Deze zaak is ter studie gegeven aan een commissie die de opdracht heeft om uitvoerbare en noodzakelijke voorstellen te formuleeren; 3) Deze Commissie zal samenwerking, en indien dit niet mogelijk blijkt, in ieder geval contact zoeken met ‘Kerkherstel’; 4) ‘Kerkopbouw’ doet een beroep op ‘Kerkherstel’ zoolang deze commissie de zaak der kerkorganisatie in studie heeft, om in een of meer nieuwe conferenties der hoofdbesturen zich te bezinnen op de brandende vraag hoe in den nood van de ontkerstende wereld gemeenschappelijk te getuigen van Jezus Christus, met terzijde stelling van alles wat zou kunnen leiden tot het ontstaan van een nieuwe strijdvraag in de kerk door het optreden der twee vereenigingen.’↩

  5. 5

    R.B. Evenhuis (zie brief nr. 399 (2.6.1931), n. 7) ON heeft waarschijnlijk eerder kennis kunnen nemen van de brief van Kerkherstel dan Oberman; vgl. n.3.↩

  6. 6

    De studiecie. bestond uit A.M. Brouwer, D. Eilerts de Haan, C.J. van Paassen, W.H. van de Pol, P. Scholten, C.G. Wagenaar en G.H. Wagenaar. Toegevoegd werden Ph. Kohnstamm en O. Noordmans van de commissie van contact. De cie. begon haar werkzaamheden op 5.1.1932 met P. Scholten als voorzitter. Eilerts de Haan kon de vergaderingen wegens ziekte niet bijwonen en werd in de derde vergadering vervangen door K.A. Beversluis. De notulen van de cie. van contact openen met de volgende alinea: ‘Wordt besloten, beide vereenigingen te verzoeken, eventueele uitnoodigingen voor een conferentie steeds te doen plaats hebben in overleg met ‘Contact’. Momenteel acht men een conferentie niet gewenscht.’ In NKL 2 (januari 1932) nr. 5 verscheen het volgende communiqué van het hoofdbestuur van KH waarin wordt gerefereerd aan brief nr. 404 (28.11.1931) en men reageert op de instelling van de studiecie. en de uitnodiging tot het houden van gemeenschappelijke conferenties: ‘... Uit den aard der zaak heeft het Hoofdbestuur van Kerkherstel met belangstelling van het eerste kennis genomen, en ziet het, waar het in Jan. 1930 door de Synode verworpen reorganisatie-ontwerp door Kerkopbouw als onaanvaardbaar wordt beschouwd, met spanning uit naar het resultaat van den arbeid der door kerkopbouw benoemde Commissie. Wat het tweede betreft, op de intusschen door de Commissie van Contact ... gehouden vergadering, werd besloten om aan beide vereenigingen voor te stellen, dat zulk een conferentie, zoowel wat den datum als wat het programma betreft, dient te worden uitgelokt door genoemde Commissie van Contact, zoodra deze daarvoor den tijd gekomen acht. Het Hoofdbestuur van het Ned. Herv. Verbond heeft zich met dat voorstel kunnen vereenigen. Van een en ander heeft het aan het bestuur van de vereeniging Kerkopbouw mededeeling gedaan.’ Was getekend Th.L. Haitjema en R.B. Evenhuis.↩

  7. 7

    Zie de brief in n. 5: In de eerste alinea van deze brief verwijst Evenhuis naar het ‘schrijven’ van KO van 28 november 1931; deze aanduiding zal ON op het verkeerde been hebben gezet.↩

  8. 8

    De notulen van het moderamen KO (10.2.1932) geven weer hoe op deze brief werd gereageerd: ‘Kohnstamm licht aan de hand van deze brief de verhouding ten opzichte van Kerkherstel toe. De besprekingen zijn steeds zeer prettig en open. Er is bij KH waardeering dat ook KO aan reorganisatie wil medewerken. KO kome evenwel niet met een ‘af ’ voorstel, maar overlegge samen met KH In de reorg. com. zal de memorie van toelichting v/h verworpen reorg. plan, nader overwogen moeten worden. In verband hiermee is het wenschelijk dat tijdelijke verhindering van een vrijzinnig lid (D. Eilerts de Haan) in deze com. zitting te nemen, en indien hij niet kan, een ander te willen aanwijzen. V.d. Leeuw stelt voor een moderamenconferentie te houden met de reorg. com. als leidsvrouwe, om allerlei principieele dingen te bepraten. Deze conferentie wordt vastgesteld op 18 en 19 mei 1932 in het Broederschapshuis te Bilthoven.’ De bedoelde conferentie van het moderamen KO werd gehouden op 19 en 20 mei. Er werden lezingen gehouden over leertucht door A.M. Brouwer, D.A. Vorster en O. Noordmans. Zie VW 5, 105-113.↩

  9. 9

    Op 10.2.1932 werd zowel een leden- als een moderamenvergadering van KO gehouden. ON was hier niet bij aanwezig. Op de bestuursvergadering werd uitvoerig gesproken over de verhouding tot KH. Dagboek Brouwer: ‘Goedgevonden dat ’t gaat over de contact-commmissies en dat de Reorganisatie-Comm. met een en ander op de hoogte wordt gesteld.’↩

  10. 10

    De vergadering van de Commissie van Contact, 7.1.1932. Zie brief nr. 405 (11.1.1932).↩

  11. 11

    Zie de brief in n. 5.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 405. Hoofdbestuur Nederlandsch Hervormd Verbond tot Kerkherstel aan het Bestuur van de Vereeniging KerkopbouwLaren Gld. 1923-1934407. O. Noordmans aan Kerkopbouw →