Over de in deze alinea beschreven kwestie doet Brouwer in zijn dagboek als volgt bericht (15 en 16 september): ‘Telefoon met Beversluis Zutfen 3x over een artikel van ds. Bakker in Kerk en Wereld: die heeft op grond van artt. v. Beversluis alvast in Kerk en Wereld zijn oordeel over ’t Ontwerp gezegd, praematuur en gevaarlijk. Telefoon met Aris Amsterdam 2x. Ook met Lindeboom Groningen heeft Beversluis getelefon. Resultaat: Kerkopbouw verklaart dat ’t rapport nog in beraad is en men niet af moet gaan op de door ds. Bakker gepubliceerde gegevens. Dit wordt in alle bladen als officieel communiqué geplaatst.’ D. Bakker uit in zijn artikel bezwaar tegen art. 1 van het ontwerp, dat luidt: ‘De Nederlandsche Hervormde kerk als deel van de Eene Algemeene Christelijke Kerk, gebouwd op Jezus Christus als eenig fundament, heeft tot doel, in aansluiting aan hare historische belijdenis het Woord Gods te verkondigen.’ Volgens Bakker zou zo de kerk worden verengd tot ‘preekinstituut’. Verder zou het ontwerp te ver gaan op het punt van de kerkelijke tucht. De voorgestelde regeling dat er eerst een aantal persoonlijke instanties, nl. de provinciale visitatoren en de algemene moderator, gepasseerd dienen te worden alvorens men tot een formele rechtspraak komt, ademt een episcopale geest. Ook kritiseerde hij nog het voorstel over de ‘huis-gemeenten’. Hoewel deze verschillende vrijheden worden toegestaan en niets dwingend van bovenaf wordt opgelegd, heeft hij het idee dat veel aan persoonlijke invloed van kerkelijke ‘hoogwaardigheidsbekleders’ wordt overgelaten. In het Algemeen Handelsblad (ochtendblad van 17.9.1933) verscheen nu het volgende bericht: ‘De reorganisatie-commissie van “Kerkopbouw”, kennis genomen hebbende van het artikel van ds. D. Bakker te Drachten in het laatste nummer van Kerk en Wereld over het reorganisatie-ontwerp van “Kerkopbouw”, voelt men zich gedrongen met nadruk te verklaren, dat genoemd ontwerp nog niet is gepubliceerd, waarvoor de commissie nog in beraad is: en dat men bij het vormen van zijn oordeel niet kan afgaan op de in dat artikel gegeven voorstelling, maar ’t rapport, waarvan de verschijning binnen enkele weken tegemoet gezien kan worden, zal moeten afwachten.’ Het stukje is ondertekend met de namen van de leden van de reorganisatiecie.: K.A. Beversluis (Zutphen), A.M. Brouwer (Utrecht), Ph. Kohnstamm (Ermelo), O. Noordmans (Laren, G.), C.J. van Paassen (Haarlem), W.H. van de Pol (Utrecht), P. Scholten (Amsterdam), C.G. Wagenaar (Leeuwarden), G.H. Wagenaar (Rotterdam).↩