438. A.M. Brouwer aan O. Noordmans
Utrecht, 30 september 1933
Amice frater,
Hierbij een korte beschouwing over de huisgemeente,1 die ik ook zo aan Wagenaar2 stuur. Ik vind dat zij uit de toon valt bij de korte aantekeningen, die wij bij het Ontwerp gevoegd hebben.3 Is het niet beter dit op te nemen in jullie brochure?4 Desnoods kan in het Ontwerp zelf in de aantekening worden toegevoegd: ‘Waarover uitvoeriger in de brochure ter toelichting gehandeld wordt.’ Wat dunkt je? Ik stel dit ook zo aan Wagenaar voor. Met hartelijke groeten, tt.
A.M. Brouwer.
De huisgemeente
De berichten over de oudste Christenheid, zoals die o.a. in Hand. 15, 1 Kor. 1, Gal. (b.v. hfdst 2), Fil.3, Kol. 1 en 2 en in de Pastorale brieven tot ons komen, doen duidelijk zien, dat er ook toen grote tegenstellingen bestonden. Meermalen wordt ook gewaarschuwd tegen twist en partijschap. Het ligt voor de hand, dat tussen de uitersten velerlei overgangsvormen voorkwamen. Jacobus gold te Jeruzalem voor degene die streng aan de wetsvoorschriften vast hield, al wilde hij die niet aan de heidenen opleggen; Petrus was hierin minder streng; Paulus stond daarin vrij. Dit moet op de andere Christenen van invloed zijn geweest. Wij vinden in de brieven daarvan duidelijke aanwijzingen. In Kol. 4 maakt Paulus een onderscheid tussen de Joden- en de heiden-Christenen. Waarschijnlijk ziet ook 1 Thess. 5:27 op dat onderscheid, waar met nadruk van al de geheiligden wordt gesproken, en is de Oud-Testamentisch gekleurde tweede brief aan de Thess. aan een groep van Joden-Christenen gericht. Rom. 16 onderscheidt de huisgemeente van Aquila en Priscilla (Joden-Christenen) in vers 3-5 van twee andere kringen, die naar de namen (in vers 14 en 15) te oordelen, uit heiden-Christenen bestonden. Ook de indeling der steden in wijken, die elk een religieuze eenheid vormden, zodat er een afzonderlijke Jodenwijk bestond, maakt waarschijnlijk, dat de huisgemeenten, door dichtstbijwonenden gevormd, in Joden- en heiden-Christenen te onderscheiden waren. Ook bij de verhouding, die er op grond van reinheidsopvattingen tussen Jood en heiden bestond, ligt het voor de hand, dat zij onder elkander een huisgemeente vormden. De Avondmaals-viering met liefdemaaltijden vormde de eenheid. Hier werd beleden, dat in Christus de scheidsmuur was weggevallen. Zich daaraan te onttrekken was - zie Gal. 2:11vv. - een strafwaardig feit, omdat het was een prijsgeven van de eenheid in Christus.
(AN)