Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Suameer 1910-1923

Weergave
Passages naar Readwise sturen

269. P.C. IJsseling1 aan O. Noordmans

Makkum, 22 september 1910

Amice,

Deze week twee brieven van jou,2 de een al gewichtiger van inhoud dan de ander en jij nog niet eens een antwoord op het schrijven van eind augustus:3 dat is eigenlijk kras genoeg. Een paar weken loop ik dan ook al met een antwoord rond, βαρυ στεναχων4 zou Homerus zeggen, in afwachting of er een woord gesproken worden zou dat mij het sein zou wezen tot schrijven, doch nu dat woord uitblijft, mag ik niet nalaten de pen op te nemen. Je begrijpt deze ietwat duistere redenering misschien niet? Misschien is het je, bij een enkele steelse blik die je van je vrouw in de courant wierp, opgevallen dat ik voorkwam op een zes-tal Vlaardingen. Dat was ons een grote verrassing. Wij dachten aan onze kinderen. Aan onze Christiaan die eind augustus vaders en moeders huis is uitgetrokken enz. Zondag voor acht dagen had ik ’s avonds in Bolsward twee schrijvende heren onder mijn gehoor. ’t Is me gebleken dat ’t stenograferende heren zijn geweest. Misschien hadden ze ook wel een toestel voor fonografische opname bij zich. In allen gevalle, al heb ik niemand gesproken: mij is ter ore gekomen dat ze groot genoegen hebben gehad. En nu zijn we wel wat nieuwsgierig. Het drietal is er reeds. Als het treurige partijwezen in onze kerk er weer niet in komt werken ... wie weet. Kijk, ik had hoop je iets meer te kunnen melden, doch ’t is niet zo. Gaat het jullie goed? Ja zeker. Wij kunnen hetzelfde betuigen en dat zegt in ons geval nog meer. De wijziging in ons gezin door het vertrek van Christiaan schreef ik reeds. In Makkum is geen nieuws van aanbelang. Smit5 is met vrouw en twee kinderen op reis zodat ik de bisschopsstaf met onbeperkte macht over de ganse parochie zwaai. Zondag hadden we hier De Vries6 uit Gaast: het geleek wel een intrede. Inderdaad, “over ’t rond der aard, wijd en zijd vermaard.”7 Wie weet hoevelen reeds toekomstige combinaties maakten. O, de mensen! En wat moeten wij altijd tot ons onrustig hart zeggen: Doe je plicht overal in ’s Heren werk, koninklijk werk. Evenwel, De Vries is een beste kerel en hoe meer ik hem leer kennen, des te meer mag ik hem. De Skuzumer zaken zijn je zeker wel bekend. De Vries zou je tenminste schrijven. Diaken is geworden een zekere Breeuwsma geloof ik. Beroepen is een candidaat Ten Kate,8 kleinzoon van de grote Ten Kate,9 straks gehuwd met mejuffrouw Van Oosterzee, kleindochter van de grote Oosterzee.10 Traktement is gebleven op f. 1.150.- doch (sub rosa): na de eerste preek ontvangt de candidaat een gratificatie van f 100.-. Mij dunkt, hij zal ’t wel aannemen en dan in jouw spoor treden. Zijn concurrent was een zekere Groeneveld11 uit Grouw. Ziezo, nu weet je weer wat. Ik zal hierbij een briefje insluiten, waarin ik de vragen beantwoord van de lijst,12 voorzover ik die met behulp van de vader heb kunnen opstellen. Waar is Evert13 en wat doet hij? De geldkwestie zal ik in de kerkeraadsvergadering ter sprake brengen. Lijsten heb je zeker in overvloed. Zo nee, schrijf dan even en ik zend per omgaande. Veel groeten ook van Martha, ook voor Jo natuurlijk. Gode bevolen, tt.

P.C. IJsseling.

(AN)

Noten

  1. 1

    P.C. IJsseling, zie brief nr. 181 (16.12.1904), n. 6.↩

  2. 2

    Onbekend.↩

  3. 3

    Onbekend.↩

  4. 4

    Gr.: zwaar zuchtend.↩

  5. 5

    G. Smit, zie brief nr. 181 (16.12.1904), n. 2.↩

  6. 6

    G. de Vries (1881-1950), herv. pred. te Gaast 1908, Amstelveen 1913, Stedum 1916, Oosterend 1924, Heerde 1928-1946 em.↩

  7. 7

    Psalm 47:1, laatste twee regels (1773).↩

  8. 8

    R. ten Kate (1886-1967), herv. pred. te Idsegahuizum 1911, Ruinen 1915, Kolderveen 1920, Koudekerke 1923, Dordrecht 1933-1952.↩

  9. 9

    J.J.L. ten Kate (1819-1889), dominee-dichter en -vertaler, predikant te Marken 1845, Almkerk en Emmikhoven 1847, Middelburg 1850, Amsterdam 1860-1889, vooral bekend als dichter van een aantal geliefde gezangen.↩

  10. 10

    J.J. van Oosterzee (1817-1882), herv. pred. te Eemnes-Binnen, Alkmaar en Rotterdam, hoogleraar RUU.↩

  11. 11

    E. Groeneveld (1884-1965), herv. pred. te Grouw, medewerker aan het Hervormd Zondagsblad.↩

  12. 12

    Waarschijnlijk vragenlijst ten behoeve van een pleegkind voor Kinderzorg.↩

  13. 13

    Evert, pleegkind Kinderzorg.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 268. A.M. Brouwer aan O. NoordmansSuameer 1910-1923270. G. Smit aan O. Noordmans →