272. G. Smit1 aan O. Noordmans
Makkum, 8 februari 1911
Amice frater,
Vriendelijk dank voor je kaart van 3 februari. De kwitantie is overhandigd aan Mobach2 die je functie van penningmeester heeft overgenomen. Mobach, die het geld verzonden heeft, ontving bericht van ontvangst. Ik vermoed, dat de penningmeester van het NBG3 de vorige opgave van de bestuursleden der afdeling Makkum heeft geraadpleegd. De nieuwe opgave is tijdig in bezit van ’t hoofdbestuur gekomen. Onze afdeling gaat vrij uit. De intree te Idsegahuizum woonde ik bij. De preek van Ten Kate4 was een eenvoudig, bijbels woord. Hij is nog geen redenaar. Hij heeft de goede gewoonte zijn preek op te schrijven en is, zoals dat bij beginners en bij deze niet alleen het geval is, nogal aan zijn boekje gebonden. Iets kenmerkends heeft hij niet. Hij gebruikt graag termen, hij is niet in de optatief. Hij is in één woord iemand, met wie ik het wel vinden zal. Hij is dadelijk lid geworden van de onderafdeling Wonseradeel van ’t NZG,5 lid der afdeling Makkum van ’t NBG. en van ’t leesgezelschap. Zijn vrouw maakt een prettige indruk. ’t Is te hopen, dat hij te Idsegahuizum c.a. gewoon raakt en de gemeente aan hem. Hij behoort, door zijn behoren tot de middenpartij, niet tot degenen, die verafgood worden en daarom, als familieïnvloed6 ’t niet doet, zal hij wel een poosje in je eerste gemeente blijven. Blijft hij, wat een nog voorlopige kennismaking doet verwachten, man van karakter, dan zal ’t aan zegen (wat niet gelijk is aan succes) niet ontbreken. Ijsseling7 neemt 19 dezer, ’s avonds 6 uur afscheid. Wie zijn opvolger worden zal? Ik vermoed, dat men De Vries8 zal beroepen. Of deze het aannemen zal? Hij heeft te Makkum steeds grote toeloop. Zelf hoorde ik hem na zijn intree niet. Waarin de bekoring zit, weet ik niet. Dat kan natuurlijk niet alleen het uit ’t hoofd preken zijn. We zullen afwachten en wie dan ook IJsselings opvolger zij, het zal niet mijn schuld zijn, mocht onverhoopt de rust in Makkum verstoord worden. Hebt ge maandag de vergadering te Leeuwarden bezocht waar de oprichting ener Hervormde Burgerschool9 is besproken? Ik had ook een uitnodiging. Ik was niet tegenwoordig door mijn catechisaties. Ik heb voor ’t plán wel sympathie, schreef ik, maar of het volle sympathie zou zijn, hangt af van de besluiten. Ik drukte de hoop uit, dat zulk een grondslag zou kunnen gevonden worden, waarop verschillende nuanceringen samen zouden kunnen bouwen. Ik heb na de vergadering nog niets gelezen, dan een paar regels in De Nederlander, waarin stond, dat de HBS van confessionele richting zou moeten zijn. Om te slagen, schijnt dat nodig te zijn, toch vind ik ’t jammer, dat de ethischen daardoor wat achteraf moeten blijven staan. Een raar ding, dat ethische beginsel. ’t Is er nu eenmaal, toch is ’t moeilijk te beschrijven. Maar populair is ’t niet en dus ook niet in staat om in ’t oog vallende dingen te doen. Zou ’t zo iets wezen als ’t geweten dat er ook is en toch moeilijk te definieren? Kent ge Chantepie de la Saussaye’s nieuwe boek?10 Het is een prettig te lezen christelijke ethiek. Wij maken ’t best. De kinderen zijn zo nu en dan wat verkouden, maar overigens gaan we de winter door zonder krankheid. Wanneer begint je nieuwe rubriek in ’t Hervormd Zondagsblad ?11 Ontvang met je vrouw onze hartelijke groeten, tt.
G. Smit.
(AN)