Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Suameer 1910-1923

Weergave
Passages naar Readwise sturen

281. R. ten Kate1 aan O. Noordmans

Idsegahuizum, 29 januari 1914

Geachte collega,

Ds. Straatsma van Ferwerd2 vroeg mij een voorstukje voor het Hervormd Zondagsblad te willen zenden.3 ’k Heb aan zijn verzoek voldaan, maar, daar ik meende, dat alleen leden van de Friese Predikantenvereeniging daar toe gerechtigd waren, deed ik het met de bedoeling daarvan lid te worden. Dat was toch al een poosje m’n plan. En omdat ik meende, dat u daarvan secretaris4 zijt, wend ik me tot u met het verzoek mij als lid te willen inschrijven. Ik mag wel even vernemen, of ik zo aan het juiste adres ben? Tevens wil ik u een en ander schrijven over uw oude gemeente. ’t Gaat hier goed. Maar ik kan niet zeggen: alles bij ’t oude. Er is van ’t winter enige verandering gekomen. Een beetje storm gehad: storm in een glas water. Doch in zo’n kleine gemeente is dat anders dan in een grotere. Ik kan niet zeggen, dat ik er rouwig om ben. ’t Einde vooral is heel goed. Dit was de kwestie. Wijlen Seekles5 was jarenlang diaken en altijd administrerend. Na hem is C. Dijkstra het geworden. In de gemeente praatte men er veel over, dat dit niet de gewenste toestand was. Men wilde, dat, zoals van oudsher hier en in de meeste naburige gemeenten gewoonte was, de administratie der diakonie van jaar tot jaar overging op de oudste dienstdoende diaken. Op de ledenvergadering van ’t winter begon men er over. Zoals ik wel dacht, nam C. Dijkstra dat zeer kwalijk en vatte dat heel persoonlijk op als tegen hem gericht, hoewel hij even tevoren met flinke meerderheid bij eerste stemming herkozen was. Hij was ziedend, en vooral toen het bleek, dat de kerkeraad in meerderheid ook voor het voorstel was. Hij bedankte en droeg 1 januari alles over. Eerlijk gezegd: ’t speet mij niet, dat hij heenging. ’k Had nog geen diaconiezaak gehad of bijna altijd kreeg ik onaangenaamheden met hem. En dan was hij soms zeer grof. Bovendien deed hij allerlei zaken maar op z’n eigen houtje, zonder de kerkeraad of ook mij er in te kennen. En ik hield me maar stil om niet voortdurend herrie te hebben. Na lang stemmen en nog eens stemmen zijn we er in geslaagd weer een nieuwe diaken te krijgen: O. Breeuwsma, die het voor een paar jaar ook ruim een jaar geweest is. Maar toen èn om andere redenen èn om Dijkstra bedankte. Hij is geschikt, meegaand. Rienstra, m’n overbuur, is de andere diaken. Hilt en Kroontje zijn nog steeds ouderlingen. Aan Kroontje heb ik veel. Je kunt met hem vrijuit spreken over de dingen. En hij voelt fijn en is verstandig. Met Hilt kan ik het ook wel vinden. We zijn beste vrienden, maar dat is toch een heel ander man. Geen diepganger voorzover ik hem ken. Hij ziet vooral de materiële kant van de dingen: wat kost het? Hoeveel kan ik er voor krijgen? Hij is een voortreffelijk administrerend kerkvoogd voor Idsegahuizum. Ik kan niet zeggen: alles bij ’t oude, schreef ik, nee. Want we hebben een nieuwe catechisatie-kamer, en een nieuwe woonkamer. En nu krijgen we een nieuwe organist: Bouke Windsma, die al heel aardig speelt. U moet zelf eens komen kijken. Bram Miedema in Piaam wordt minder. Maar hij krabbelt er iedere keer weer bovenop. Hiemstra en zijn vrouw zijn de laatste weken ook niet zo goed. ’t Betert wel iets, maar ik weet het niet: ’t zijn oude mensen. Met Smit6 in Makkum gaat het goed. ’k Heb veel aan hem, ondervind veel vriendschap van hem. In Gaast kreeg ik een alleraardigste buurman,7 geestverwant. Met mei vertrekt Bartlema naar Indië.8 Zo wisselt het hier telkens. ’t Spijt me, dat hij weggaat. En wie zullen we daar krijgen? Gaat het u en uw gezin ook goed? En in uw gemeente? Wij maken het met z’n vieren uitstekend. Na vriendelijke groeten, steeds uw dienstw. collega,

R. ten Kate.

(AN)

Noten

  1. 1

    R. ten Kate, opvolger van ON te Idsegahuizum, zie brief nr. 269 (22.9.1910), n. 8.↩

  2. 2

    K. Straatsma, zie brief nr. 205 (6.2.1908), n. 7.↩

  3. 3

    Niet achterhaald.↩

  4. 4

    De notulen van de vergaderingen der Friese Predikantenvereniging van 10.11.1913 zijn in het handschrift van ON. Uit dezelfde notulen blijkt dat de vergadering van 16.2.1914 door ON werd gepresideerd. In die vergadering werd het secretariaat waargenomen door Van Eyck van Heslinga, bij ontstentenis van de eigenlijke secretaris, H.G.W. Briedé. Deze laatste was kennelijk een tijdlang verhinderd het secretariaat uit te oefenen.↩

  5. 5

    J. Seekles, administrerend diaken, zie brief nr. 162 (14.10.1902), n. 2.↩

  6. 6

    G. Smit, zie brief nr. 181 (16.12.1904), n. 2.↩

  7. 7

    J. Th. Ubbink (1885-1965), herv. pred. te Gaast en Ferwoude 1913, Roodeschool 1918, Souburg 1926, promoveerde over Het eeuwige leven bij Paulus (diss. RUG 1917), hoogleraar RUG 1930-1955.↩

  8. 8

    D.T. Bartlema (1882-1941), herv. pred. te Schraard 1910, predikant in Nederlands Indië 1914-1934, vervolgens voorganger der Evangelische Vereniging voor jeugd- en pastoraalwerk.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 280. J.P. Eringa aan O. NoordmansSuameer 1910-1923282. K. Straatsma aan O. Noordmans →