287. H. van Eyck van Heslinga1 aan O. Noordmans
Berlikum, 11 september 1914
Amice frater!
Ons advies2 zal je reeds bereikt hebben. De volgende overwegingen deden ons daartoe besluiten: a. dit mag te allen tijde van ieder onderwijzer worden gevraagd. b. weigert hij dit te verklaren, dan maakt hij zijn positie bij verdere maatregelen, hachelijk, want wie kan een onderwijzer handhaven, die weigert te verklaren dat hij meewerken wil, enz. c. Tekent hij wel, dan désavoueert hij al wat hij deed, dat de stempel van het tegendeel droeg en het bestuur heeft in zijn schriftelijke verklaring een wapen in handen voor ’t vervolg. Ik hoop dat een en ander moge helpen om de dingen in het rechte spoor te krijgen. Ik weet niet of Magendans3 je ook onze overwegingen medegedeeld heeft. Vandaar dat ik dit even schrijf. Met hartelijke groeten v.h.t.h. tt.
H. van Eyck van Heslinga.
(AN)