286. O. Noordmans aan G.A. Wumkes1
Suameer, 22 mei 1914
Geachte collega,
Ik verzuimde nog u te berichten over de beide brochures die m’n vader uitgaf. Het eerste geschrift heet: Eenige opmerkingen over de leer van den doop in het algemeen en van den kinderdoop in het bijzonder, zooals die door onze vaderen is geformuleerd door D.P. Noordmans, uitgegeven bij J. Campen (Sneek, zonder jaartal). De voorrede dateert december 1899. De inhoud verscheen vroeger in De Gereformeerde Kerk2 in 1892 als reeks hoofdartikelen. Het tweede geschrift heet: De Aard en het Wezen der Evangelische Heiligmaking uitgegeven bij A.J. Wiersma te (Sneek, zonder jaartal). ’t Werd uitgegeven in 1905. Van courantenartikelen kan ik weinig berichten. Van tijd tot tijd verscheen een artikeltje, altijd kort, in De Gereformeerde Kerk, Volksbode of Banier. Slechts enige daarvan zijn bewaard. Ik heb u, meen ik ook niet opgegeven dat m’n vader 12 mei 1879 verhuisde van Oosterend naar Scharnegoutum. Gaarne blijf ik tot alle inlichtingen bereid, met hoogachting en collegiale groeten, Uw dw.
O. Noordmans.
P.S. Er is nog: het Antifloreenverbond,3 van welks bestuur m’n vader, met Prof. Kruyf,4 ds. Moquette,5 J. Campen, een der langstlevende bestuursleden was. Hij correspondeerde in ’t laatst van z’n leven nog met prof. Kruyf over de bestemming van kasgelden, belegd bij Brunings en Ten Kate6 te Sneek, die sedert ca. 1880 daar bleven staan zonder bestemming en waarvan het beheer niet volkomen duidelijk was. Hierover was geen beslissing te verkrijgen. M’n vader wou ’t geld aan verschillende doeleinden wegschenken. Het zal er nog wel staan. M’n vader was vroeger ook lid van de Vereeniging van Vrienden der Waarheid. Ik weet niet of hij ook bestuurslid geweest is. Van de Confessionele Vereniging was hij geen lid, ofschoon hij de jaarvergadering meer dan eens bijwoonde. Hij had principiële bezwaren. Wanneer ik daartoe de tijd kan vinden, zal ik de correspondentie van m’n familie eens doorvorsen om te zien wat ik kan vinden. N.
(PAL)