298. G.A. Wumkes1 aan O. Noordmans
Sneek, 6 juni 1916
Geachte collega,
Veel dank voor uw brief,2 die ik met innerlijk vermaak heb gelezen, ook omdat hij getuigt van zoveel waardering van mijn letterwerk. Wanneer ik nog eens het Friese Réveil moest beschrijven, deed ik ’t weer anders. ’t Is door mij hier en daar geïdealiseerd, maar dat was toen mijn kijk op de mensen en de dingen. Ik sta er nu meer kritisch tegenover. Doch, het is goed, dat zovele mooie herinneringen uit die tijd thans zijn vastgelegd in een boek. De Friese beweging neemt steeds meer mij in beslag. Dat is iets voor de jongeren. Hebt ge de brochures van Kalma De Jong Fryske biweging, Fryslân en de Wrâld,3 en zijn telegraafopstellen gelezen? Deze geschriften hebben vooral op de jonge calvinisten in ons Selskip4 een diepe indruk gemaakt en die gaan nu vooraan staan in de actie naast een vrijzinnig jong dichter als Kalma. Ik tracht de stroom te leiden en zoveel mogelijk ook dienstbaar te maken aan het Evangelie en schreef daartoe de brochure Friezendom en Christendom, die op de tweede Pinksterdag verschijnt bij A. Osinga te Sneek. Het is nr. 1 in de serie: Utjiften fen de Jong Fryske Mienskip,5 een rij cultuurschriften in de trant van die der Hollandia-drukkerij.6 Ik zou zo gaarne zien dat ge ook daaraan medewerktet. Het volk wil zijn eigen taal lezen en grijpt naar die boekjes met gretige hand. De Friese taal in dienst van het Evangelie! En dan bereiken we honderden, die we anders niet bereiken. Kunt ge u op het ‘suver skriuwen’7 niet wat toeleggen en in deze richting onze actie steunen? Ge beschikt over zo’n vaardige pen, hebt een uitnemende stijl en staat onafhankelijk tegenover allerlei verschijnselen. Kan ik u hierin enigszins van dienst zijn, dan hebt ge maar te schrijven. Ik weet wel, het Fries-schrijven is niet gemakkelijk, maar het opent terreinen, die tot dusverre geheel zijn overgelaten aan Nutsmensen en Neutralisten.8 De orthodoxie klungelt in alles zo achteraan. Daarom zie ik met vreugde, dat vele jongeren thans mee gaan staan in het eerste gelid. Vooral op onderwijsgebied moet nog veel veranderd. Dat het Fries geweerd wordt op de scholen is een tirannie, waaraan een einde moet komen. Ik was al eens van plan geweest om u ‘op te eisen’ voor het Fries. Thans heb ik de gelegenheid en moest dit eerst mij van ’t hart. En nu de predikantenvergadering. Dat is wel iets naar mijn smaak. Ik bezoek de orthodoxe vergaderingen niet, omdat ik er mij niet vrij kan uiten. Het scholastieke speldezoeken voel ik als een ban. Bij vrije mensen voel ik mij thuis. Daarom ga ik naar de algemene vergadering van de groep van Senden-Thomson.9 ’t Is mij daar verleden jaar uitstekend bevallen. Kunnen we hier zo iets krijgen, dan ben ik van de partij. Vooral met mensen als De Baan,10 Van der Heide11 zou ik gaarne meer contact hebben. Ze hebben ons zoveel te zeggen en te leren. Had ik zaterdag uw brief gekregen, dan zou ik er gisteren direct met Van der Heide over gesproken hebben. Ik zat gisteravond onder zijn gehoor, toen hij hier een bijbellezing hield over de wijngaard van Naboth. Het was in een woord voortreffelijk. Welk een grote liefde sprak eruit voor de bijbel, voor de kerk en welk een hoge waardering voor ... de Staat; voorts een bezield profetisch getuigenis. Ik heb mijn collega’s De Graaf12 en De Haas13 nog niet over de zaak gesproken, maar wil het doen en ik twijfel er niet aan of ze zullen meewerken. Komt ge eens deze kant uit, breng mij dan vooral een bezoek. Dan kunnen we over allerlei wat breder praten. Ik wou dat we een krachtige centrumgroep in onze kerk hadden, die een bolwerk vormde tegen het veldwinnend confessionalisme dat steeds meer de kerk van de natie als geheel vervreemdt. Met vriendelijke groeten, uw broeder,
G.A. Wumkes.
(AN)