Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Suameer 1910-1923

Weergave
Passages naar Readwise sturen

297. O. Noordmans aan G.A. Wumkes1

Suameer, 5 juni 1916

Geachte Collega,

Met collega Klein Wassink2 te Leeuwarden besprak ik de mogelijkheid ener Friese Predikantenvergadering, waar alle Friese predikanten elkaar zouden kunnen ontmoeten en naar aanleiding van een te houden referaat van gedachten wisselen.3 Zulk een vergadering bestaat zoals gij weet in Groningen, Gelderland-Overijssel, Zuid-Holland en Noord-Holland. De bijeenkomsten zouden niet te talrijk behoeven te zijn. Desnoods eens per jaar. Er was dan althans gelegenheid tot kennismaking. Wilde men, dan zou het tweemaal per jaar kunnen zijn. Wij kwamen overeen eens hier en daar te polsen of men zou willen meedoen en ik nam op mij u te schrijven. Het zou ons zeer aangenaam zijn wanneer gij zoudt willen meewerken. Hebben wij enige namen, dan kan althans getracht worden om de zaak tot stand te brengen. Mag ik binnenkort eens vernemen of u er iets voor voelt? Van deze gelegenheid maak ik gebruik u te danken voor de waarderende beschrijving van mijn overleden vader in het Biografisch Woordenboek.4 Toen ik het las schrok ik even bij het zien van verschillende letterlijke aanhalingen of liever uitdrukkingen uit mijn destijds aan u gezonden karakteristiek. Ik had toen niet de gedachte dat deze karakteristiek ter perse zou gaan. Gij hebt er echter een zeer verstandig gebruik van gemaakt en weggelaten wat misverstand kon geven. En zo heb ik er tenslotte vrede mee. Wel meen ik, dat het in het algemeen wenselijk is zich vooraf te vergewissen of er tegen het publiceren bezwaar bestaat. Aan het slot hebt gij aan het artikel een zekere afronding gegeven door het aanbrengen van een soort pastorale. Ge hebt getekend de oude landbouwer te midden van - niet z’n Engelse schapen -, maar z’n Engelse schrijvers.5 Bij dat volop genieten van de keurige bibliotheek waarin vooral Engelse werken, heb ik - vergeef het mij - even moeten glimlachen. Ik moest eraan denken hoe wij wel eens ons vermaakten met de vertaalde parlementspreken6 door ze op pathetische toon voor te lezen. Er stonden zulke zotte dingen in. Eén traan van een parlementslid was meer waard dan 1000 van een gewoon mens, verzekerde een dominee op een boetedag. Hij trachtte daarom die kostbare droppelen uit te knijpen. Die parlementspreken hebben een treurig einde gehad. Met een ezelsbegrafenis zijn ze begraven. Tenslotte bestonden ze niet meer. Alleen de banden. Mijn vader las zeer weinig in dikke boeken. Daarvoor had hij geen hoofd. En vooral de laatste jaren (Mijn vader is in 1879 reeds te Scharnegoutum komen wonen) kon hij weinig meer lezen. Zo kwam het dat ik even moest glimlachen bij het lezen van uw afronding. Als ik u eens spreek, zou ik gaarne eens over een en ander ’t hebben. Maar daarmee vond ik dat slot van ’t artikel nog niet fout. ‘Wahrheit und Dichtung’7 alleen kan een mensenleven bevredigend weergeven. Ook de kunstenaar-beeldhouwer maakt hier en daar een lid wat langer, een speer wat forser om dichter bij de waarheid te komen. En gij doet mij denken aan Old-Mortality van Walter Scott8 - gij kent het - van die Schotse beeldhouwer die de graven opzocht van de Schotse vrijheids- en geloofshelden en voor elk van hen een grafzerk beitelde als blijk van dankbaarheid van het nageslacht. Gij hebt u verdienstelijk gemaakt en hebt recht op de dankbaarheid van het jonge Friesland. Ik heb voor zulk werk geen aanleg maar des te meer waardeer ik het, wanneer het volbracht wordt. Dezer dagen heb ik uw Fryske Réveil nog eens gelezen. Het trof mij in de voorrede de ‘Adam Bede-idee’9 nog eens te zien staan. Werkelijk de stof was prachtig, maar ik durf niet te hopen dat het tot uitbeelding zal komen. Het nieuwe Friesland is uit op oorlogswinst, op stamboekvee en zuivere leer. Waar moet de dichter vandaan komen? Uw portretten heb ik met zeer veel genoegen gelezen. Felix10 sprak ik nog eens als emeritus te Utrecht om hem de groeten van m’n vader over te brengen.11 Hij vertelde mij dat hij, als student, zich had overwerkt. Hij had nl. de medicijnen ook voor een deel bestudeerd en vond dat nodig voor een theoloog. Hij had het te harde werken, waarbij compressen op ’t hoofd waren te pas gekomen, met een zware tyfus moeten bekopen, die hem van z’n hoofdpijnen had verlost. Hij vertelde met de chaise12 Friesland te hebben doorkruist; halt hadden hem geboden de ‘Friese wouden’ waar men, meende hij, meer in de duivel dan in God geloofde. La Saussaye in Leven van Beets noemt hem ‘de slimme Felix’,13 wat daar in ’t verband geen prettige indruk maakt. Het Fryske Réveil is ongetwijfeld een sympathiek verschijnsel geweest. Hebt gij wel eens uw aandacht geschonken aan die rondtrekkende broeders, die in die kringen kennissen hadden en waaronder ook rare Chinezen waren. Daar was b.v. de bekeerde Jood Bremer, later baptist geworden met z’n zoon Mozes? Beminnelijk idealisme: deze mensen te herbergen omdat ze uitgestoten waren door hun volk. Hoe gemakkelijk werd ook dit idealisme het slachtoffer van vroom bedrog. Maar wat doet het er toe. Dat was niet hun schuld. In de levenstoon van het Fryske Réveil lag de mogelijkheid voor harde conflicten. Het was zo puriteins. Het had met name voor de jeugd te weinig. Daardoor gaf het in menig leven een schier onverdragelijke spanning Maar wie zal de conflicten uit de wereld wegnemen? Misschien pleit dit slechts voor de diepte van dit verschijnsel in onze kerkelijke wereld. Maar ik moet eindigen, met collegiale groeten,

O. Noordmans.

(PAL)

Noten

  1. 1

    G.A. Wumkes, zie brief nr. 259 (15.4.1910), n. 1.↩

  2. 2

    B. Klein Wassink, zie brief nr. 294 (7.10.1915), n. 3.↩

  3. 3

    De eerste aanzet tot de oprichting van de Algemeene Friesche Predikantenvereeniging door ON, B. Klein Wassink, G. A. Wumkes, H.T. de Graaf en J.L. Faber.↩

  4. 4

    Vgl. de brieven nr. 284 (11.4.1914), nr. 285 (19.5.1914) en nr. 286 (22.5.1914).↩

  5. 5

    Wumkes schrijft (p. 919): ‘Hij trok zich 12 Mei 1902 uit de boerderij terug en sleet zijn laatste levensdagen te Scharnegoutum, volop genietend van zijn keurige bibliotheek, waarin vooral vertaalde engelsche theologische werken een eereplaats innamen.’↩

  6. 6

    In Engeland werd bij bijzondere gelegenheden o.a. t.g.v. van de opening van het parlementsjaar in het parlement gepreekt.↩

  7. 7

    Vgl. citaat in n. 3 van brief nr. 261 (24.4.1910).↩

  8. 8

    Walter Scott Old Mortality (1816). Sir Walter Scott (1771-1832), Brits (Schots) dichter en romanschrijver, verwierf zich wereldfaam door zijn historische ‘Waverly’-romans, waarvan de eerste in 1814 verscheen. Scott oefende grote invloed uit op de Europese letterkunde; in Nederland o.a. op Van Lennep en Bosboom Toussaint.↩

  9. 9

    G.A. Wumkes Het Friese Reveil Voorwoord: ‘Eigenlijk had ik nog iets anders gewild. Een boek zoals Adam Bede van George Eliot, en dan met Friese karakters en omstandigheden en in Friese klanken. Maar daarvoor moet men een dichter zijn en dat ben ik nou eenmaal niet.’ Vgl. de brieven nr. 261 (24.4.1910) en 262 (25.4.1910).↩

  10. 10

    G.A. Wumkes, ‘Jan Wouter Felix’, a.w., 143-157.↩

  11. 11

    Zie brief nr. 130 (12.9.1897).↩

  12. 12

    Verbasterd in sjees, tweewielig, licht en hoog rijtuig met kap.↩

  13. 13

    P.D. Chantepie de la Saussaye Het Leven van Nicolaas Beets (Haarlem 1906) 2e dr., 161: ‘Toen Beets te Utrecht kwam waren er onder de predikanten nog mannen van het oud-conservatieve type b.v. Van Hoogstraten. Later vonden confessioneelen mannen rondom wie zij zich schaarden: den scherpen Barger, den slimmen Felix, ook Dr. A. Kuyper door Beets zelf te Utrecht gebracht doch weldra andere wegen inslaande. Ik noem nog den waardigen Verhoeff en Dr. Bronsveld bij wien Beets zijne kinderen op catechisatie zond.’↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 296. A.M. Brouwer aan O. NoordmansSuameer 1910-1923298. G.A. Wumkes aan O. Noordmans →