Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Suameer 1910-1923

Weergave
Passages naar Readwise sturen

322. O. Noordmans aan D. Boer

Suameer, 31 januari 1921

Amice,

De zaak: consulentschap-Garijp is afgewikkeld. De kerkvoogdij aldaar accepteerde m’n voorwaarde niet. Men wendde zich tot de officiële 2de consulent Offerhaus te Eernewoude. Deze wenste, dat men z’n pogingen om een ander te krijgen zou voortzetten, nu men hem eenmaal gepasseerd had. Garijp heeft toen nog een orthodox collega gevraagd, maar ook daar bot gevangen. Men heeft daarna Offerhaus aangeschreven dat men op hem rekende. Deze is nu als consulent opgetreden. Hebt gij reeds antwoord gekregen van de kerkvoogdij alhier op uw verzoek om voor 1921 m’n traktement op peil te brengen? Het verzoek is, naar ik van een kerkvoogd en een notabel hoorde, niet in stemming gebracht, wel besproken op een vergadering van kerkvoogden en notabelen. Men sprak af te berichten dat men het niet deed. Deze vergadering is al enige tijd geleden gehouden. De kerkvoogd met de verzending van de brief belast heeft die laten liggen. Officieel heb ik niets vernomen. Maar ik hoor dat men grapjes gemaakt heeft over het verzoek. De kerkvoogd die ’t mij sub rosa vertelde (een mij goed gezinde) zou op verzending van het schrijven aandringen en nu schijnt het nog verzonden te zullen worden. Men bericht dan wel gewillig maar niet in staat te zijn. Voor ’t geval ’t bestuur van de Bond verder daarop wil ingaan ben ik in staat een lange lijst van hervormden op te geven, met grote inkomens. Op welke wijze pakt men nu de traktementszaak ’t beste aan? Wachten op de Raad van Beheer?1 Ik bracht de circulaire van de Synode2 in de kerkeraad. Deze besloot met algemene stemmen de zaak naar vermogen te behartigen, voor de helft vermoedelijk met de bijgedachte, dat zo’n kerkeraadsbesluit goedkoop genomen kan worden en niets baat. Ik gaf kennis van dit besluit aan de kerkvoogdij met toezending van de circulaire der Synode en de mededeling, dat wij de kerkvoogdij later tot een gecombineerde vergadering zouden uitnodigen. In een vergadering van kerkvoogden en notabelen heeft men dit schrijven nu alvast maar behandeld en ik vermoed weer zonder stemming uitgemaakt, dat men aan de nieuwe regeling niet zou mee doen. Een dergelijke beslissing, genomen zonder enige duidelijke kennis van de zaak, kan natuurlijk weinig effect hebben. Maar wijst toch de geest der vergadering aan. Bestaat er nu ook kans, dat de beslissing van zulke colleges, wanneer ze later meer definitief toch zullen vallen, voorbereid worden door bekwame toelichting van de regelen in ledenvergadering en vergadering van colleges? Of zal men het laten bij toezending van circulaires, die dan in een onderonsje onder toelichting van een kwaadaardig kerkvoogd ter zijde geschoven worden? Wanneer de besturen en de Raad van Beheer het bij een circulaire laten,3 zou de Bond dan niet een meer intensieve bewerking kunnen ter hand nemen? Op welke wijze krijgt de vaststelling van het minimumtraktement voor 1921 (voor mij f 2500,-) haar beslag? Daarover zal toch binnenkort ook wel van allerlei kanten licht komen? Met vriendelijke groeten, tt.

O. Noordmans.

(ABNP)

Noten

  1. 1

    Op 15.1.1921 trad het nieuwe Reglement op de Predikantstraktementen in werking, waarbij het minimum-traktement werd geregeld: f 2500,-- voor gemeenten met minder dan 1500 leden per predikantsplaats (zoals Suameer), f 3000,-- bij 1500-3000 leden en f 3500,-- bij meer dan 3000 leden. Het toezicht op naleving van het Reglement door de gemeenten werd opgedragen aan de Raad van Beheer.↩

  2. 2

    De circulaire betreffende de invoering van het Reglement op de Predikantstraktementen (archief Algemene Synode/Algemene Synodale Commissie, uitgaand stuk nr. 1076).↩

  3. 3

    Ook de Raad van Beheer deed een circulaire uitgaan (13.1.1921), vergezeld van een exemplaar van het Reglement op de Predikantstraktementen.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 321. O. Noordmans aan D. BoerSuameer 1910-1923323. O. Noordmans aan D. Boer →