337. O. Noordmans aan D. Boer
Suameer, 17 mei 1922
Amice,
Dat verwondert me niets. Hannema1 zei zo iets dat leek op ‘Paris vaut bien une messe.’2 De manier waarop hij zei dat hij dan in dit geval z’n principe zou kunnen overboord gooien, deed mij ’t nodig vinden je te waarschuwen hem in de gaten te houden. Wanneer het nog niet gebeurd is of de correspondentie reeds is afgebroken zou ik je in overweging willen geven hem beleefdelijk af te poeieren. We laten ons niet exploiteren en nog minder voor de gek houden. Ik heb op ’t moment een reuze-kerkeraad. Het Classikaal Bestuur doet wat des kerkeraads is. Door toevallig gelijktijdig vertrek van twee ouderlingen moet het Classikaal Bestuur optreden. Saluut, tt.
O. Noordmans.
P.S. We vergaderen toch in Amsterdam? ’t Stond er niet met zoveel woorden bij. Mocht dit niet het geval zijn, wil ’t mij dan even berichten.
(ABNP)