Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Wörishofen

Weergave
Passages naar Readwise sturen

102. M.J. Bronders1 aan Oepke

Den Haag, 8 mei 1893

Amicissime,

Hartelijk blij was ik met het ontvangen van je schrijven en het was heerlijk voor me te horen, dat het ultimum refugium2 ook het optimum3 blijkt te zijn. Tot zover hartelijk geluk gewenst met de verkregen uitslag. Moge de verdere behandeling leiden tot totale genezing. Eén ding is er dat ik je benijd en dat is je zijn te midden van de bergen want, Oepke ‘Auch nach die Berge ziehest mein Herz’, maar eilieve, ik zit thans niets anders te doen dan mijn kracht in te spannen tot het van buiten leren van de algebraische formule’s, waarin het de proffen beliefd heeft de bijbel over te zetten, zodat ik aan ‘die Berge’ maar niet meer denk dan hoog nodig is. ’k Hoop tegen het einde van juni examen te doen en bij slagen had ik wel lust om bij je te komen en dat heerlijk traject samen met je te doen, maar - het geld! Zie, amice, dat is een bijna niet over te komen bezwaar, want veel meer dan een f 100,- zal ik er wel niet aan kunnen besteden en dat reisje zal me wel wat meer kosten, niet waar? In alle gevallen verzoek ik je me als je weer, zo ik hoop spoedig, schrijft, me ook eens te melden wat je de trein enz. heeft gekost en wat de reiskosten zouden zijn van het door je genoemde traject. Dan is het me makkelijker rekening te maken, maar ik vermoed toch sterk, dat het wel te duur zal zijn. Van Ronkel4 heb ik je brief laten lezen en aan anderen, die ik wist dat er belang in stelden, de inhoud verteld. Van Ronkel heeft verleden week tentamen bij prof. Gunning5 gehad en is er goed van af gekomen. Weet je dat Engelberts6 zijn proponents heeft afgelegd? Hier in Leiden gaat alles natuurlijk zijn gewone gang. Proffen klagen over slecht college-bezoek (o.a. van Manen!!!7) en studenten klagen over de rommel, die ze voor hun examen in de kop moeten hebben. Met mij gaat het een beetje beter; slaap nog niet voldoende maar toch beter dan het geweest is. ’k Zal je spoedig eens weer schrijven, want deze schrijf ik je in allerafschuwelijkste haast om je niet te lang te laten wachten. maar wacht jij daar nu niet op met schrijven maar geef me s.v.p. al is het per briefkaart eens even reponse op bovengenoemde vragen, met de bede, dat je in beterschap toenemen moogt, met hartelijke groeten, tt.

M.J. Bronders.

Au revoir!

(AN)

Noten

  1. 1

    M.J. Bronders (1867-1903), studiegenoot van ON te Leiden, herv. pred. te Sluipwijk 1895 en Nederlands Oost-Indië (Medan) 1898.↩

  2. 2

    Lat.: laatste toevlucht.↩

  3. 3

    Lat.: het beste.↩

  4. 4

    J.C. van Ronkel, zie brief nr. 59 (18.11.1888), n. 6.↩

  5. 5

    Prof. Gunning, zie brief nr. 68 (2.10.1891), n. 3.↩

  6. 6

    W.J.M. Engelberts (geb. 1868 te Elberfeld, overleden te Hilversum 1940), herv. pred. te Bergschenhoek 1894, Den Ham 1899, Amsterdam 1905-1939, auteur van Willem Teellinck (diss. RUL 1898). Engelberts werd begraven in een particuliere grafruimte in een dijk langs de spoorlijn Utrecht-Den Bosch te Hedel.↩

  7. 7

    W.C. van Manen (1842-1905), herv. pred. te Abbenbroek, Winkel en Zierikzee, kerkelijk hoogleraar RUG 1884, hoogleraar NT RUL 1885-1903.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 101. Oepke aan zijn oudersWörishofen103. Ouders aan Oepke →