Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Wörishofen

Weergave
Passages naar Readwise sturen

103. Ouders aan Oepke

Scharnegoutum, 10 mei 1893

Lieve Oepke!

Hoewel gij reeds kort na de afzending van uw laatste brief weer een van mij hebt ontvangen, zo wil ik thans (op uw verzoek om veel brieven te ontvangen en naar aanleiding van uw vraag om geld) weer een paar regels schrijven. D.V. zend ik u heden, woensdagnamiddag, 165 Mark = f 100.-. Zo nagenoeg na vrijdag valt er niet veel bijzonders te melden. Het waait hier nog steeds; een stevige bries uit het noordoosten. Zondag was het betrokken lucht, erg koud en scheen het te zullen regenen. De wind heeft echter de regen verdreven en sedert is het helder, winderig en ’s nachts koud. Het gras wordt eer minder dan beter. Ons vee staat nog alles op stal. Zondag heeft Beekman1 een lijkpredikatie (zoals men dat noemt) gehouden en D.V. preekt hij morgen voormiddag als ringpredikant. Gisteren is Oepke de Roos ’s namiddags even bij ons geweest van de 4 uur tot de 6 uur trein; hij was naar het boerke geweest, dat in de Friese wouden woont, om hem over de ziekte van Anne2 te raadplegen. Welke hem een eenvoudig huismiddel heeft aan de hand gedaan. Haar gezondheidstoestand is nog altijd zorgelijk, maar toch nog niet zonder hoop op herstel. Oepke heeft ons verzocht u van hem te groeten. Oom Jakob3 wordt nogal niets beter. Ruurd en Anne gaan D.V. vrijdag naar Hijlaard. Zij gaan nu eerst in het oude huis wonen. Uit uw schrijven hebben wij gezien dat er verbazend veel mensen op Wörishofen komen. Schrijf ons eens hoevelen als er bij benadering zo ongeveer zijn en hoe het zo wat is met het samenwonen. Is er veel gelegenheid voor logées? En wonen dezen meest in hotels, en hoe wonen zij daar, en hoe woont gij? En zijt gij nu weer goed gezond? En hebt gij nu nog al vertier met deze en gene? Tot onze blijdschap hebt gij voor het vertrek van de eerste, weer een andere landgenoot gevonden. Over een en ander hadden wij gaarne iets meer. Hebt gij er echter geen plezier in om er over te schrijven, zwijg er dan van. Jakob en Pier willen u wel eens schrijven, maar nu ik alles zowat schrijf, blijft er niet veel voor hen te schrijven. Gij bemerkt, deze brief is bij gebrek aan stof inzake dingen uit het dagelijkse leven omhalig. Moeder zegt: ik moet u veel schrijven. Jakob en Pier moeten u veel schrijven. Nu wij zullen gaarne u genoegen doen. Zijt verder hartelijk gegroet van uw u liefhebbende vader en moeder,

D.P. Noordmans en G. de Roos,

alsmede van Jakob, Pier, Gep en Wybrig.

Veel brieven van u te ontvangen, Oepke, is ons zeer aangenaam. Dan weet men weer hoe het met u is. Dag Oepke, uw

moe.

(AN)

Noten

  1. 1

    J.H. Beekman (1842-1922), herv. pred. te Sneek 1892-1905.↩

  2. 2

    Anne de Roos, dochter van Oepke de Roos, zie brief nr. 1 (16.3.1884), n. 1.↩

  3. 3

    Oom Jacob Noordmans te Spannum.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 102. M.J. Bronders aan OepkeWörishofen104. Oepke aan zijn ouders →