1. Oepke de Roos1 aan Oepke Noordmans
Zetten, 16 maart 1884
Waarde Neef!
Zeer aangenaam was het mij te kunnen bemerken, dat, toen ge gedwongen waart thuis te zijn en ledig te zijn, waarbij men allicht eens zich in gedachten verdiept, uw gedachten ook eens bij mij werden bepaald. Dat doet het hart goed. Daarom voel ik mij ook gedrongen u een bericht, al is het dan niet veel wat ik schrijf, te doen toekomen. Voor hier evenwel mee te beginnen, zeg ik u eerst dank voor uw brief. Ik zal dan maar dadelijk uw belangstellende vraag te mijnen opzichte beantwoorden. Gij vraagdet mij ‘of het met mijn studie en gezondheid goed ging’. Wat mijn studeren betreft, kan ik u zeggen, dat ik het nog steeds, ja veel meer dan vroeger met genoegen verricht. Het berouwt mij nog niet eens daartoe overgegaan te zijn. De studie is bepaald iets schoons en hoe verder men er in doordringt des te mooier wordt zij. Van het ene vak houdt men, zoals gij begrijpen kunt, meer dan het andere. Doch die dingen welke ik minder gaarne doe, vervallen later en daarom kan ik mij de moeite om wiskunde te doen, nogal tamelijk wel getroosten. En bovendien is dat iets, wat voor mijn aanstaande examen wordt geëist; ik moet er dus wel werk van maken. Behalve die kleinigheid echter doe ik het werk met genoegen. En nog steeds kan ik u aanraden om het ook later eens ter hand te nemen of liever voort te zetten. Mijn gezondheid is gelukkig ook nogal wel. Ik ben wel eens verkouden, doch wie is dat ook niet. Tenminste hier in het grote gebouw,2 waarin veel tocht is, heeft elk zijn beurt om met de zakdoek onder de neus te lopen. Geen aangename bezigheid evenwel. Overigens gaat het goed, wat dan trouwens ook het voornaamste is, nietwaar? Spoedig kom ik bij leven en welzijn thuis en dan kunnen wij wederom eens schaken en dammen enz. Ik verlang er zeer naar. Van harte hoop ik, dat gij spoedig zult genezen zijn en de school wederom kunt bezoeken. Doet gij nog wel eens gymnastiek? Tegenwoordig doe ik er niet veel aan; het wordt hier al erg warm en dan houd ik niet erg van gymnastiek. Verdere byzonderheden ontbreken. In de vacantie hoop ik eens wat langer en persoonlijk met u te spreken. Zijt dan van harte gegroet van uw neef
Oepke de Roos.
(AN)