2. Oepke aan zijn ouders
Gymnasium, Zetten, 30 augustus 1885
Lieve Vader en Moeder,
Dat ik door het examen gekomen ben, weet ge reeds; het was niet heel moeilijk. Nu moeten wij druk aan de studie. Wij hebben in de eerste klasse Frans, Duits en Latijn. Vandaag is het gelukkig zondag, zodat ik de tijd heb te schrijven. Moeder is 1 september jarig en ik feliciteer moeder hartelijk met de vermeerdering van jaren en hoop dat ze nog lang voor ons gespaard blijft. Vanmorgen heeft dominee van Lingen1 in de zaal gesproken, en daar gaan de meeste jongens heen. ’s Middags spreekt Gunning2 en ’s avonds Pierson.3 Als ik vleugels had kwam ik dinsdag eventjes, maar dat gaat niet. Zeg maar tegen Jaap en Pier,4 dat zij goed op de konijn passen, en hoe gaat het met de duiven, en Gepke5 haar kleine Juus?6 Dat moeten zij mij zelf maar schrijven.7 Tegenwoordig eten wij veel pruimen en peren, want die komen bijna alle middagen op tafel. In de eerste klasse zitten een vijftien nieuwaangekomenen. Van de warmte hebben we nog niet veel last, want het is nogal koudachtig. ’s Morgens om zes uur staan we op, en krijgen een kop koffie. Om acht uur ontbijten wij en om negen uur beginnen de lessen. Deze duren tot twaalf. Dan krijgen we een kop koffie en een boterham en van een tot vier hebben we weer les. Daarna eten we en maken we een wandeling en om zeven uur gaan we weer aan ’t werk. Om negen uur krijgen we een boterham en dan gaan we elf uur op bed. De omstreken zijn hier mooi en een kwartier van ons af ligt het Hemmense bos. Daar gaan we ’s avonds wel eens wandelen. Ik wou wel, dat moeder mij de manchetknopen zond. Ik ben heel goed gezond en wens moeder nogmaals geluk. Groet vooral Jaap, Gep, Pier, Anna,8 Oepke9 en Ietje,10 enz. Ook Germ11 en Jelte.12 Nogmaals gegroet van uw u liefhebbende zoon
(O. Noordmans)
P.S. Ik dank u voor de appels uit de jas en werd er aangenaam door verrast.
(AN)