11. Oepke aan zijn ouders
Gymnasium Zetten, zaterdagavond 1886
Lieve ouders!
Verleden zaterdag hebben we nog eens schaatsen gereden. Ik denk ook dat ze thuis wel zullen hebben gereden. Doch ik heb naar ik denk toen een beetje kou gevat, want ik ben de laatste drie dagen niet al te wel. Ik heb wat last van hoofdpijn en van de keel en ben de gehele dag koud. Ik denk dat ik erg verkouden zal worden en voor het uitzetten zijn vijgen en rozijnen wel goed. Ik wou wel dat moeder mij eens een beetje daarvan stuurde. Veel nieuws heb ik niet. Morgenavond zullen wij denk ik chocolade drinken. Als wij op les bij ds. van Lingen een boek vergeten hebben, moeten wij een stuiver boete betalen en wanneer wij voorzeggen een cent. Van dat geld drinken wij nu chocolade. De brief van vader heb ik ontvangen en daaruit vernomen dat Jacob zijn arm nu weer geheel beter is. Hij moet nu maar oppassen, dat hij er niet weer op valt. Doe de groeten aan Anna, Jaap, Gep, Pier, Germ en Ietje en ontvange zelve voor al de groeten van uw liefhebbende zoon
Oepke.
(AN)