15. Ouders aan Oepke
Scharnegoutum, 12 april 1886
Lieve Oepke!
Gij zult zeker wel verlangend zijn eens weer enig bericht van ons te onvangen. Bijzonders heb ik niet te melden of ook wel dewijl wij het wel als iets bijzonders mogen noemen dat wij nog allen leven en gezond zijn zoals ik u kan melden; zeker niet tot uw geringe blijdschap. Bij uw br. en zuster Lambers en Trijntje gaat het ook volgens de laatste berichten zeer goed hoewel wij nu in enige dagen niets van hen gehoord hebben. D.V. denken moe en ik er morgen een nacht heen te gaan. Ook met Van der Meer en Baaije en kleine Gep is het zeer goed. Gep de Roos (uw nicht) is thans in Oosterend bij haar broeder en zuster om er een week te logeren gelijk gij zult begrijpen, had ze dan veel schik in, in het vooruitzicht. Ook dat vooruitzicht althans bekoort ons nogal, (ofschoon de jaren de hartstocht kalmeren) bij de gedachte dat wij onze Oepke in de loop van de volgende week eens weer levend en gezond in ons midden hopen te zien. Tot zolang wensen wij u van harte des Heren zegen toe, naar ziel en lichaam beide. Oepke de Roos is thans reeds weer met vacantie thuis, hij is vrijdag l.l. thuis gekomen. Hij wacht dan ook op uw komst om d.v. als dan eens tezamen over de ervaring van student en gymnasiast te keuvelen. Hartelijk gegroet van uw u liefhebbende vader en moeder alsmede van Anne, Jakob, Pier, O. de Roos, Ietje en Gerben, van uw u liefhebbende vader,
D.P. Noordmans.
(AN)