16. Jakob Noordmans aan zijn broer Oepke
Scharnegoutum, 23 mei 1886
Lieve Broeder!
Vanavond dacht ik, kom, Oepke is al zo lang weg geweest, hij zal ook wel eens willen weten, hoe het hier is en daarom zit ik hier te schrijven bij een kopje ‘opwarme’ theemelk. Vader en Moeder zijn naar meester1 te thee en koffiedrinken. Nu moet gij eerst maar eens weten, hoe het in school gaat. Vanmorgen ben ik in de ‘Tweede verzameling’2 gekomen. Wij hebben kleine boekjes en daarin schrijven we ‘taal’ en ‘aardrijkskunde’, dat wij moeten van buiten leren. Ik ben in het zevende schrift en in het vierde muziekboek. Ik moet stukjes muziek uit het hoofd leren en speel al psalmen. De duiven hebben 1 jong en 2 eieren.
Uw u liefhebbende broer
Jakob.
Ik was wat haastig. P.S. Vader, Moeder, Gerben, en de andere huisgenoten groeten u en Anna hoopt u gauw te schrijven. Schrijf mij asjeblieft ook gauw terug.
(AN)