49. J.W. Hovinga1 aan Oepke Noordmans
Kampen, 30 september 1888
Waarde vriend!
Als secretaris van “Timotheüs”2 ontvangt ge van mij inliggend briefje, maar ook dacht ik een enkel woord aan u in ’t bijzonder te schrijven. Je hebt zeker al meermalen een en ander aangaande ons gehoord, nadat wij van Zetten zijn heengegaan. Ofschoon ik nog dikwijls in de geest in Zetten en op het gymnasium vertoef, moet ik zeggen, dat het mij niet berouwt heengegaan te zijn. Men krijgt natuurlijk nergens alles naar de zin en zo is ook hier veel dat ik anders wenste, maar toch bevalt het me hier goed en het is hier in vele opzichten beter dan te Zetten. Dat het me hier zo goed bevalt, daartoe draagt veel bij, dat we hier met zoveel oud-Zettenaren zijn. Anders heb ik hier ook niet veel vrienden, slechts enkele. Je moet hieruit echter niet de gevolgtrekking maken, dat ik op Zetten geen vrienden meer had of dat ik het met hen zo slecht kon vinden; neen, dat bedoel ik niet met bovenstaande. Dit wil ik zeggen, dat het me hier niet best bevallen zou, indien hier niet zoveel van onze richting waren, hetzij synodaal3 of niet. De Zettenaren maken hier een afzonderlijk geheel uit, waartoe ook nog enige anderen behoren. Wij zijn als het ware door Zetten aan elkaar gebonden. Nu hoorde ik, dat jij ook van plan zijt Zetten te verlaten. Ik wil je daartoe niet aanzetten, dat moet je zelf weten, tenminste daar heb ik niets mee te maken, evenmin afraden. Maar als je toch Zetten wilt verlaten, wilde ik je in overweging geven of je ook niet hier zoudt komen. Ik hoop straks nog een woordje hierover te zeggen. Piet4 en Herman5 zijn zo pas binnengekomen. Zij zijn nu juist weer vertrokken en ik zal mijn werk voortzetten, ofschoon het middernachtelijk uur niet zo ver meer af is. Zoals ik zei, is het hier zo plezierig, omdat we zoveel vrienden bij elkaar zijn. Op andere plaatsen vindt ge dat zo niet. Daar is gewoonlijk bijna alles liberaal. Hier is het getal antiliberalen daarentegen nogal groot. Maar je moet hier vroeg opstaan. ’t Is niet geraden om tot 8 uur te blijven liggen (waarvan jij, geloof ik, nogal houdt), want om 8 uur moeten we gewoonlijk op ’t Gymnasium zijn. Morgen moet ik weer goed op mijn tijd passen. Bij sommigen kan men nog wel eens een weinig later komen, maar maandag hebben we ’t eerste uur Engels en die baas laat je niet meer binnen als je te laat komt. ’t Is me al eens bij hem gebeurd.6 ’t Onderwijs is hier goed. Niet dat de leerlingen hier meer weten dan op Zetten, maar het onderwijs op zichzelf is hier in vele opzichten beter. Denk er eens over na. Je bent op Zetten zeker wel de enige uit de hogere klassen, die niet doleert? Trouwens, in de lagere klassen zullen er ook niet veel zijn. Dat is zeker niet zo aangenaam. Hoe gaat het met de zondagsschoolvereniging? Zij zal toch zeker wel blijven bestaan nu ds. Gunning weg is? Me dunkt ’t zal wel gaan. Ik hoorde reeds, dat ds. van Lingen zich tegenwoordig erg op zijn gemak gevoelt, nu bijna alle synodalen weg zijn. Nu, ’t is eensdeels ook wel te begrijpen, want hij kan nu meer alles uitspreken naar zijn gevoelen. Lange Freek7 is in de loop van de vorige week ook hier gekomen. Hij is geslaagd voor klasse III. Hoe maakt Van Deventer8 het? Is hij nog altijd de oude? Zeker wel? Breng hem s.v.p. mijn groeten over gelijk ook aan de anderen. Groet ook alle vrienden van Nr. 2 en 3, je kamergenoot,9 Meijer,10 Warmenhoven,11 Wiersma,12 enz. Ontvang onze groeten van Smit,13 Van Rijs,14 Herman,15 Haversmidt16 en Hinderikus.17 Schrijf spoedig terug. Je weet mijn adres: Mej. Bartels, Graafschap.18 Vaarwel. Uw u toegenegen vriend,
J.W. Hovinga.
(AN)