32. G.O. Noordmans-de Roos aan Oepke
Scharnegoutum, 4 december 1887
Lieve Oep,
Ge zult zeker wel eens verlangende zijn enig bericht van thuis te ontvangen, nu daar vader deze keer er niet veel zin aan had, verzocht wel als ik het deed, daar gij ook in een hele poos ook niet een brief van ons gekregen hebt, zo moest het ook maar niet langer uitgesteld worden, dacht mij, het verveelde mijzelf dat het zo lang duurde. Maar daar vader anders altijd schrijft en zo ge weet is vader wel eens een beetje traag in het brief schrijven. Nog een pooske en dan hopen wij elkaar weer te ontmoeten, Oep, zo de Here wil en wij leven, nietwaar? Hoe is het met je, Oep, in de vreemde? Je hebt altijd nog al een groot voorrecht gezond te zijn. Ik ben al weer verlangende dat de tijd aanbreekt om elkaar te zien. Zo gaat het jou ook al, denk ik. Ik denk, ja het is eigenlijk haast vast, dat Van der Meer en Baaije uit hun huur komen. Zij konden het niet meer klaar krijgen met de huren. Van der Meer is bij ons geweest. Het staat op het ogenblik in de courant te verhuren. Maar waar dan heen? Dat weten zij nog niet. Het spijt mij erg. Ik had gaarne gehad dat zij te Scharnegoutum gebleven waren. Maar het komt vaak heel anders dan onze wil is. De Heer heeft hun woning, dat geloof ik vast, al weer bepaald. Maar wij hadden het zo aardig, wij zijn dat nu zo gewoon, om zo nu en dan eens naar elkaar toe te lopen. Naar wij weten gaat het met Lambers en Trijntje ook goed. Dirk Eringa1 heeft hier laatst twee nachten bij ons geweest. Aukje,2 Gep haar zuster, komt zaterdag uit van huis3 bij me zijn. Van der Meer en Baaije en Gep zijn allen ook goed gezond. Ik ben er vanmorgen nog geweest uit de kerk. Zij zijn donderdag bij ons geweest te eten. Onze slachtkoe is heerlijk uitgevallen. Daar hoop ik onze Oepke ook spoedig een stukje van te snijden en te laten proeven. Hoedemaker, dat zal u ook wel weten, komt te Nijland.4 Wie had dat kunnen denken, niet waar? Hij komt in het begin van januari al. Zij zijn bij ons te theedrinken geweest, toen zij te Nijland waren te zien. Professor en zijn vrouw. Het waren heel aardige mensen. Het was op een dinsdag. Wij kregen van te voren een briefje. Wij hebben tegenwoordig met lichte maan preek woensdagsavonds bij ons. Wij zijn allen ook gezond. Dat voorrecht mogen wij gelukkig tesamen genieten. Onze Pier heeft tegenwoordig het nog al druk over Sinterklaas. Hij heeft een aap gekregen, daar heeft hij de gehele dag drukte mee, een speelding. Riens Boersma5 is ook in Scharnegoutum geweest bij ons te koffiedrinken. Hoe bevalt het wintergoed? Is het goed warm? Wij hebben tot nog toe heel mooi winterweer, nietwaar. Maar het is ook nog vroeg, er kan nog genoeg komen. Bevalt het Oepke altijd nogal goed op de nieuwe kamer? Wie zijn bij je, Oep? Hoe zijn hun namen? Ik hoop Oep ook een klein beetje Sintnikelaas te sturen voor aardigheid eerstdaags. Dan kun je er maar wat om denken. Jakob en Pier zien beide naar een brief uit van je, Oepke. Jakob heeft zo lang geleden wat geschreven, dat mag u nog voor u thuis komt eerstdaags wel eens doen. Daar zullen zij wel blij mee zijn. Jakob ziet er vaak naar uit, altijd tevergeefs. Hiermee zal ik maar eindigen, in de hoop dat u deze in de beste welstand moogt ontvangen. Na de groeten van allen aan u gedaan te hebben ook de hartelijke groeten van uw u liefhebbende vader en moeder,
D.P. Noordmans, G. Noordmans-de Roos.
P.S. wij verwachten ook spoedig eens bericht weer van u Oepke hoe het met je gaat, en dan meteen of het pakket goed is overgekomen.
(AN)