Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Zetten

Weergave
Passages naar Readwise sturen

64. P. Warmenhoven1 aan O. Noordmans

Zetten, 11 februari 1889

Waarde vriend!

Aangenaam was het mij verleden maandag uw brief te ontvangen en ik wil dan ook niet al te lange tijd laten voorbijgaan alvorens mijn antwoord u bereikt. Het sleuteltje van Chrysostomus’ schatkist2 wacht ik om het dan met veel plechtigheid over te dragen aan uw opvolger Van Boekenoogen,3 die zich wellicht een zonderling penningmeester zal noemen, nl. één die zijn eigen schat niet kan overzien. Weliswaar is het geld nu best geborgen en verzekerd. Geld dat geborgen is in een kist in Gelderland waarvan de sleutel in Friesland ligt, is zeker aan ieder toevertrouwd. Maar mij dunkt, en zo denkt gij er ook over, dat het toch maar beter is, dat de sleutel de zelfde weg terugkomt, dien gij hem deed opgaan. Dus wij wachten en zullen gedachtig aan uwe goede diensten u niet in staat van beschuldiging stellen, dus ge hebt niets te vrezen. Wat Stufkens4 betreft, is inderdaad hem een grote slag toegebracht. Hij heeft ook ontegenzeggelijk duidelijk blijken gegeven van “geslagen te zijn” en het gemis te gevoelen. Toch is hij de oude Stufkens weer. Misschien verwondert u dit, gelijk het mij verwonderd heeft. Maar als we in aanmerking nemen, dat zijn moeder ging in de hope des eeuwigen levens en dat hij van nature van karakter vrolijk is, geloof ik niet dat we het hem ten kwade mogen duiden. Het schijnt, dat hoe groot een slag ons ook treft, ons karakter er niet door verandert. En tevens geloof ik dat waar is, wat Stufkens tot mevrouw Thierry zei, toen hij en ik deze en mijnheer Thierry5 verleden zondag bezochten, “dat zulke verliezen niet onmiddellijk, maar eerst na verloop van tijd zich het sterkst doen gevoelen.” Met uw slagen voor de 4e klasse wens ik u van harte geluk. Terecht merkt ge op, dat bij iedere verandering iets moet worden opgeofferd. Dat kan nu eenmaal niet anders. En even terecht is de opmerking, dat ik geen Boerhave6 ben. Ge had er wel bij kunnen schrijven “en nooit zult worden.” Maar niet juist is de gevolgtrekking die ge daaruit maakt, als zou ik uw kaartje niet hebben ontvangen. Al is het ook uit de tweede hand (het was bezorgd bij één mijner gehuwde broeders), toch ontving ik uw gelukwensingen en waar deze nu in uw brief herhaald zijn, ben ik u mijn dubbele dank verschuldigd, ook al gaf dit jaar geen dubbel geluk. Hartelijk dank dus en van harte wederkerig alle geluk aan u en als ik dan als een studentje (!) uit Woltjers smeltkroes7 gekomen ben, zal ik u dat melden, gedachtig aan het feit dat een dubbel geluk door u mij was toegewenst, dus dat ik niet weinig dit geluk aan uw wensen te danken heb! Berichten uit het thans onder de sneeuw bedolven Zetten zijn zeker nog wel door u gewenst. Verleden dinsdagavond is hier aangekomen Theodoor Ploos van Amstel,8 die vroeger hier geweest is, zoals ik geloven moet en gij weten zult. Na een rondreis over 12 ambachten en 13 ongelukken is hij eindelijk hier weergekeerd. Hij wil de oude paden der wetenschap weer gauw bewandelen en heeft daartoe verzocht als auditor in de 4e klasse te worden toegelaten, wat hem werd toegestaan. Tevens hadden we zaterdagavond hier een 23-jarige Wynia9 uit Friesland verwacht. Hij is geëxamineerd oefenaar, doch wil bij nader inzien toch liever langs de koninklijke weg aan de hand van Caesar en Xenophon en meer dergelijke grootheden via de universiteit tot de dienst geraken. Daartoe komt hij leren in de voorbereidingsklas en slapen naast de artilleristen. Hij heeft echter op zich laten wachten tot maandagavond. Misschien wist ge reeds dat zekere Wissink,10 eersteklas gymnasiast, juist toen hij met vacantie thuiskwam zijn vader overleden vond. Ook is een veertien dagen geleden de zuster van Doets,11 die verleden zomer hier was, aan een slepende ziekte overleden. j.l. Zaterdagavond heeft de heer Nobels12 voor Chrysostomus een lezing gehouden over Dante en Milton. Niet zozeer de lezing zelf als wel enkele stukken die hij onder ’t lezen improviseerde hebben algemeen de lachspieren in beweging gebracht. De lezing was, vooral het begin, zeer mooi en zwaar op de hand. Dan “last not least” zijn hier de gemoederen der docenten een weinig verontrust en in beweging. Buitenhuis13 nl. heeft plotseling in de vacantie namens curatoren zijn ontslag gekregen om een “nonsens” reden, en alle docenten met Hoogstra14 en Van Deventer15 aan het hoofd geven luide hunne misnoegdheid daarover te kennen. Zoals ge weet was de verhouding tussen de onderwijzers en Grüneveld16 maar zelden rooskleurig! Uw brieven zullen steeds aangenaam zijn aan uw u groetende vriend

P. Warmenhoven.

P.S. De groeten van Jongbloed,17 Meyer,18 Stufkens, Wiersma.19 De laatste met ernstig en broederlijk vermaan om toch uw belofte betreffende de portretten gestand te doen.

(AN)

Noten

  1. 1

    P. Warmenhoven, zie brief nr. 49 (30.9.1888), n. 11.↩

  2. 2

    ON was blijkbaar penningmeester van de oratorische vereniging Chrysostomus te Zetten.↩

  3. 3

    A. van Boekenoogen, zie brief nr. 12 (2.2.1886), n. 2.↩

  4. 4

    A.P. Stufkens, lid van Chrysostomus, zie brief nr. 44 (3.7.1888), n. 7.↩

  5. 5

    D.R. Thierry, zie brief nr. 52 (12.10.1888), n. 2.↩

  6. 6

    H. Boerhaave (1668-1738), bekend Nederlands geneeskundige, daarnaast ook botanicus en chemicus, vanaf 1709 hoogleraar te Leiden.↩

  7. 7

    J. Woltjer (1849-1917), sedert 1881 hoogleraar aan de VU, zie brief nr. 7 (9.10.1885), n. 2.↩

  8. 8

    Vermoedelijk E. Theodorus Ploos van Amstel (1858-1923) (geb. te Groningen), leerling van het gymnasium te Zetten 1882-1890 en lid van Chrysostomus, 1891 pred. te Oosterend (Henn.), 1892 buiten bediening, gehuwd met Hannah Vethake, geb. 1856 te ’s-Gravenhage.↩

  9. 9

    J. Winia (geb. te Allingawier), leerling van het gymnasium te Zetten 1888-1889.↩

  10. 10

    H.E. Wissink (geb. te Appelscha), leerling van het gymnasium te Zetten 1888-1889.↩

  11. 11

    Jacob Doets (geb. te Vreeland), leerling van het gymnasium te Zetten 1887-1892 en lid van Chrysostomus, in sept. 1894 toehoorder gymnasium te Kampen, examen A 1895.↩

  12. 12

    J. Nobels, hulponderwijzer Hollandse Vakken aan het gymnasium te Zetten.↩

  13. 13

    J. Buitenhuis, van 1883 tot april 1889 verbonden aan het gymnasium te Zetten, eerst als hulpdocent en sinds september 1887 secondant aan het Instituut.↩

  14. 14

    Dr. S.S. Hoogstra, docent Hollandsche Vakken te Zetten 1881-1899.↩

  15. 15

    Dr. L.W. van Deventer, leraar klassieke talen te Zetten 1880-1891.↩

  16. 16

    De heer en mevrouw G. Grüneveld waren van 1887-1895 resp. hoofd en directrice van het Gymnasiaal Instituut.↩

  17. 17

    P.I. Jongbloed (1865-1926), leerling gymnasium te Zetten 1885-1889 en student VU 1889, geref. pred. Ooster-Nijkerk 1895, Deventer 1901.↩

  18. 18

    H. Meyer, zie brief nr. 49 (30.9.1888), n. 10.↩

  19. 19

    G. Wiersma, zie brief nr. 49 (30.9.1888), n. 12.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 63. Ouders aan OepkeZettenLeiden →