7. Oepke aan zijn ouders
Zetten, Gymnasium, 9 october 1885
Lieve Ouders!
Nu is het lot van Zettens Gymnasium beslist. Op de vergadering van gisteren is besloten dat het te Zetten zou blijven.1 Daar dominee van Lingen niet mee wou, indien het gymnasium verplaatst werd, zou Woltjer2 hoogst waarschijnlijk directeur worden. Dan kregen de jongens geen kamer, wanneer zij in de derde klas kwamen, en moesten wij altijd met elkaar wandelen, en kregen wij ook geen gymnastiekles meer. Zoals te begrijpen is waren alle jongens er sterk tegen en de oudsten stelden een adres op, waarin men er op aan drong, het gymnasium niet te verplaatsen en dat door de meesten ondertekend werd. ’s Avonds kwam dominee om 6 uur van ’t spoor en toen hebben wij hem met de vlag voorop afgehaald en ’s avonds trokken wij samen door Zetten, terwijl we voor de huizen der leraren een potje zongen. Vanmorgen begon men er over te praten vandaag eens de hele dag te wandelen, ’tgeen dominee toestemde. Wij gingen bij Renkum over de Rijn en zo naar Doorwerth, een klein dorpje, dat zeer mooi is gelegen. Wij hebben daar een mooi kasteel gezien, dat reeds zeer oud is. Er stond een Aukasia bij, die met de Unie van Utrecht geplant was.3 Wij zijn daar in de gerechtszaal geweest, waarnaast een kamertje was, waar de rechters dan beraadslaagden. Ook zijn we in de kapel geweest, waar de familie vroeger godsdienstoefening hield. Dit vooral was treffend. Een klein orgel was er en ook een mooie preekstoel. Dan zie ik in mijn verbeelding de ridders en jonkvrouwen nog zitten, terwijl de dominee spreekt. Ook zijn we in de gevangenissen geweest. Deze waren onder in het kasteel. Wij zijn in een cel geweest waar zij, die tot hongerdood veroordeeld waren, opgesloten werden. Er was een klein luikje in de deur, dat opengezet kon worden terwijl er dan nog tralies voor waren. Hier werd het eten dan voorgezet, terwijl hij, die daar binnen in zat, er niet bij kon komen en zo hebben wij nog veel meer gezien. Het kasteel is omstreeks 1200 gebouwd. Toen zijn we weer naar de plaats gegaan, waar we broodjes van dominee kregen. Om kwart voor drie vertrok ik met nog drie andere jongens meer, hoewel de meesten reeds weg waren. Het begon erg te regenen en wij moesten tweeënhalf uur in de meeste regen lopen. Om vijf uur kwamen wij gelukkig weer aan ’t Gymnasium. Nu ben ik wel een beetje stijf, maar dat is niet zo slim.4 Ik ben voor het overige heel best gezond. Het ene muziekboek heb ik reeds ontvangen en vind het wel mooi. Nu moet ik maar uitscheiden, want de bel voor de thee luidt. Doe vooral de groeten aan Anna, Baaije, Van der Meer, Jaap, Rie, Gep, enz, en wees vooral hartelijk gegroet van uw u liefhebbende zoon
(Oepke)
(AN)