Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B · 7. Laren

Weergave

614. C.J. de Vogel1 aan O. Noordmans

Haarlem, 21 november 1938

Hooggeachte dr. Noordmans,

Ik heb wel lang gewacht eer ik u iets naders liet horen na de ontvangst van uw brief,2 die - zoals ik bijna met verwondering constateer - 7 oktober gedateerd is, dat is wel zes weken geleden. U moet weten, dat ik juist in deze tijd door plotseling opgekomen en uit te voeren verhuisplannen en -voorbereidingen voortdurend in beslag genomen was door allerlei, meest min of meer huishoudelijke, beslommeringen. We zijn nu zover dat we een huis in Den Haag hebben, dat ± 6 december zal worden ingericht (Reinkenstraat 80) en betrokken. Begin oktober, tussen mijn brief aan u en uw antwoord, was ik enige dagen in Utrecht, waar ik bij vroegere vrienden (Franken)3 in een tamelijk aangrijpende situatie belandde. Dit was er de reden van dat ik 1°. bij de ontvangst van uw brief niet meer zo heel klaar voor ogen had wat ik precies had geschreven; 2°. de eerstvolgende 14 dagen heb doorgebracht met het op papier zetten van een bepaald stukje persoonlijke geschiedenis. Zodra dit af was zaten we midden in de verhuisdrukte. Dit alles maakte dat ik u nog niet weer schreef. Mijn werk over Newman gaat over de rechtvaardiging en de rechtvaardigingsleer. Ik was eigenlijk van plan een ander boek te schrijven. Dat plan vatte ik op in november 1933 in Griekenland. Ik maakte toen een schema en stelde mij voor het boek misschien over een jaar of tien te zullen schrijven. De dissertatie van Van de Pol4 heeft mij in het voorjaar van 1936 doen besluiten toen direct aan de voorbereiding te beginnen. Het eerste hoofdstuk moest gaan over rechtvaardiging en rechtvaardigingsleer. Ik wilde uitgaan van Newmans Lectures on Justification (ik had al eerder enige boeken van en over Newman gelezen, maar was daardoor eerder een beetje geërgerd dan gegrepen). Dit werk nu pakte mij ineens volkomen. Het beantwoordde aan bepaalde vragen en gedachten waartoe ik zelf in de loop der voorafgaande jaren gekomen was. Newmans preken versterkten de ontvangen indruk in hoge mate. Ik voelde mij toen gedrongen mij van dit alles zo streng mogelijk rekenschap te geven. Dat is het ontstaan van dit dikke boek. Met de voorbereiding tot de uitgave zijn we intussen nog niet zo heel veel opgeschoten. Te zijner tijd hoort u er wel van. Met de meeste hoogachting,

C.J. de Vogel.

(AN)

Noten

  1. 1

    C.J. de Vogel, zie brief nr. 607 (21.9.1938), n. 1.↩

  2. 2

    Zie brief nr. 607 (21.9.1938).↩

  3. 3

    J.C. Franken, hoogleraar wijsbegeerte RUU van 1932-1942, bij wie C.J. de Vogel in 1936 was gepromoveerd.↩

  4. 4

    W.H. van de Pol De kerk in het leven en denken van Newman (Nijkerk 1936).↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 613. O. Noordmans aan P. Scholten7. Laren615. C.L. Patijn aan O. Noordmans →