Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B · 7. Laren

Weergave

627. W.A. Zeydner1 aan O. Noordmans

Rotterdam, 1 juni 1939

Waarde Noordmans,

Het Kerkopbouwrapport,2 vooral wat punt 153 betreft, heeft mij onaangenaam getroffen, nog meer door de toon dan door de inhoud. Ik kan mij niet voorstellen, dat dit kan gerijmd worden met het rapport, dat Prof. Kohnstamm,4 Sevenster5 en ik uitgebracht hebben als basis van voortbestaan van Kerkopbouw.6 Ik hoop hartelijk, dat gij in Bilthoven7 komen wilt, hoe onaangenaam het wellicht voor u is. Ik zou toch gaarne zien, dat wij de vesting tot het laatst blijven verdedigen. Mocht het resultaat zijn van dit rapport, dat Kerkopbouw koers gaat veranderen in eenzijdige zin, dan brengt dit voor mij consequenties mee. Maar dan lijkt het mij verhelderend, dat allen gemeenschappelijk één lijn trekken, die in Kerkopbouw de reorganisatie voorstaan. Ik sta ook verbaasd, hoe makkelijk het O.T. in dit rapport wordt geëlimineerd. Trouwens, het is ook voor mij een bezwaar in uw boek Liturgie, dat wel uit de belijdenis de woorden, dat de ceremoniën der wet voorbij zijn gegaan, gelden, zonder voldoende aandacht, dat zij in Christus vervuld zijn, d.w.z. dat om Christus te kennen het nodig is te kennen alles, waarvan Christus de vervulling is. Het verband tussen O. en N.T. is een terrein, dat m.i. nog niet voldoende tot klaarheid is gekomen. Wat ligt alles in de Kerk gecompliceerd; of liever wat een verwarring. Bij ons heeft Stam8 in de verborgenheid der openbaring over liturgie geschreven.9 Een volledige aanval. Hij juicht thans over uw boek. Lees ik Stam, dan heb ik het gevoel met een tegenstander te maken te hebben. Lees ik Barth of u, dan heb ik het gevoel, dat een vriend aan het woord is, die mij mijn feilen toont. Dit bleek dan ook duidelijk in de Reorganisatiestrijd van het vorig jaar. Ik had het gevoel met u in een slagorde te staan. Stam heeft met James10 en Van Dijk11 heftig de reorganisatie bestreden, grotendeels met Prof. Brouwers argumenten. Voor mijn gevoel een onoverwonnen oud-ethisch sentiment. Wat zal er nog veel moeten gebeuren, voor wij tot klare verhoudingen kunnen komen. Er zal eerst nog heel wat leeds geleden moeten worden, voor het vrede zal zijn in Christus. Met hartelijke groet, uw vriend,

W.A. Zeydner.

(AN)

Noten

  1. 1

    W.A. Zeydner, zie brief nr. 595 (3.4.1938), n. 1.↩

  2. 2

    Het gaat om het kerkopbouwrapport Schrift en kerkorde, opgesteld door A.M. Brouwer, G. Sevenster en C.G. Wagenaar (Baarn z.j.).↩

  3. 3

    Punt 15 handelt over de bestaande organisatie. Hierin wordt de stelling dat de bestaande organisatie niet ‘schriftuurlijk’ maar wel op vele punten voor verbetering vatbaar is nader uitgewerkt.↩

  4. 4

    Ph.A. Kohnstamm, zie brief nr. 348 (26.5.1925), n. 4.↩

  5. 5

    G. Sevenster, zie brief nr. 613 (2.11.1938), n. 12.↩

  6. 6

    Dit rapport verscheen in KO 7 (1938/39), nr. 11 onder de titel ‘De nieuwe actie van Kerkopbouw.’ Bij het voortbestaan van Kerkopbouw zal vooral aan drie punten aandacht gegeven moeten worden: a. het vraagstuk der poenale sanctie dat in het Ontwerp 1938 voor velen onacceptabel was;

    b. de gedachte van het reformanda quia reformata zal opnieuw uitgewerkt moeten worden;

    c. de vraag naar de gewettigde verscheidenheid zal nader moeten worden overwogen.↩

  7. 7

    De moderamenvergadering van KO op 7.6.1939.↩

  8. 8

    J.J. Stam, zie brief nr. 476 (19.11.1934), n. 4.↩

  9. 9

    Zeydner citeert de titel verkeerd: J.J. Stam, ‘De kerkelijke verkondiging’ in: De Openbaring der Verborgenheid (Baarn 1934), 143-158.↩

  10. 10

    S.H.J. James (1877-1960), herv. theoloog en predikant o.a. te Rotterdam (Delfshaven) 1914-1943.↩

  11. 11

    J.C. van Dijk (1882-1951), zoon van de bekende Is. van Dijk (hoogleraar RUG), herv. pred. o.a. te Bloemendaal 1923-1947, enige tijd voorzitter van de Ethische Vereniging, publiceerde preken, meditaties, essays, beschouwingen over letterkunde en boekbesprekingen. Hij was redactielid o.m. van Stemmen des Tijds (1919-1935).↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 626. P. Scholten aan O. Noordmans7. Laren628. Ph. Kohnstamm aan O. Noordmans →