677. O. Noordmans aan K.H. Miskotte
Laren (G.), 1 augustus 1941
Waarde Miskotte,
Voor de toezending van je Het gewone leven1 heb ik je nog niet gedankt. Ik wilde eerst ruim gelegenheid hebben er in te grazen, en daarna het uitspruitsel nog eens af te weiden. Want daartoe nodigt dit boek uit. - Gij hebt dit kleine ‘aanmoedige’ bijbelboek gestreeld, voor zover men zulk een uitdrukking tegenover de Schrift mag gebruiken. Dat mocht, omdat gij een grens tussen profetische prediking en onderwijs hadt getrokken. Naast Thamar en Rachab ging Ruth slechts ‘terzijde van de zede’ ‘op het randje’. Dit gegeven gaf dus gelegenheid om, van de weg des geloofs af, het leven te begluren en naast het geloof in de ziel rond te kijken, niet als ‘onsterfelijke’ maar als ‘levende’ ziel. Gij hebt daarvan een ruim gebruik gemaakt. Hier klapwiekt de duif en niet de ‘albatros’ in de ‘duisternis’. Hartelijk dank voor het boek, dat een ereplaats verdient onder de bijbellezingen. Met vriendelijke groet, tt
O. Noordmans
(AKHM)