Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B · 7. Laren

Weergave

710. G. van der Leeuw1 aan O. Noordmans

Groningen, 19 juli 1943

Amice,

Ik bedoelde die noot allerminst als een grapje.2 En ik acht de zaak ook helemaal niet grappig. Ik beschreef op blz. 28 de calvinistisch-puriteinse sacramentspractijk als uitdrukking van een principiële houding. De losse tafels, de doopbekkens zijn waarlijk geen toevallige omstandigheid, maar de adequate vorm van een bepaalde sacramentsopvatting, die ik meen te moeten afkeuren. Vanuit mijn overwegingen kan ik dan niet anders dan jòuw beeld van ‘blijver’ en ‘reiziger’ onjuist noemen. Het missionaire karakter van het woord is inderdaad geschaad door de gereformeerd-puriteinse practijk. De bijbel lag op de kansel, maar bleef binnen het bereik van de kerk. De preek werd meditatie, stichting in plaats van zendingsrede. Ik vind dit alles noch toevallig noch grappig. En ik kan het natuurlijk niet met je eens zijn in je beschouwing over de hervorming. Ik wil de liturgie niet brengen ‘in overeenstemming met het karakter der Hervormde Kerk.’ Ik wil de Hervormde Kerk brengen in overeenstemming met de liturgie, zoals die in de Oude Kerk direct uit het Nieuwe Testament kwam. Ik wil van de hervorming terug naar de bijbel, zoals Luther van Rome terug wilde naar de bijbel. Het protestantisme heeft maar een deel van de Bijbel verstaan, een ander deel dan Rome, misschien een groter, maar een deel. Het puritanisme nog veel minder. Ik wil natuurlijk de lijnen niet zo maar doortrekken van de Oude Kerk, ik eerbiedig de lijn, die God in de hervorming in de dwarste trok. En ook thans moet er weer zo’n lijn zijn. Maar de hervorming is voor mij niet een stuk heilsgeschiedenis. En over de ‘Atlantische cultuur’ denk ik niet erg dankbaar. Als er van cultuur sprake moet zijn, dan van de westerse Latijnse, die wij direct van de kerk ontvingen! Maar het gaat hier niet om cultuur. Het gaat om onze taak de bijbel in dogma en liturgie steeds voller en rijker te doen leven. Sedert wij indertijd de degens kruisten, ben ik steeds meer gaan zien, dat Barth gelijk heeft: het komt op exegese aan. Maar als wij goed exegetiseren, komen wij noch bij Thomas of Newman noch bij Luther of Barth terecht, doch heel ergens anders. Wij zijn daar nog lang niet! Maar wij moeten geduld hebben. God heeft al zo lang geduld! Hartelijk gegroet, tt.

G. van der Leeuw.

(AN)

Noten

  1. 1

    G. van der Leeuw, zie brief nr. 349 (27.7.1925), n. 1.↩

  2. 2

    Zie brief nr. 709 (14.7.1943).↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 709. O. Noordmans aan G. van der Leeuw7. Laren711. O. Noordmans aan de Algemene Synode →