Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B · 7. Laren

Weergave

709. O. Noordmans aan G. van der Leeuw1

Laren (G.), 14 juli 1943

Amice,

Toen ik deze dagen je Liturgiek nog eens ter hand nam, viel mijn oog op de noot onder blz. 29.2 Die heeft betrekking op wat ik op blz.186vv. van mijn Liturgie3 schreef over eschatologie en pastoraal in verband met Woord en Sacrament als ‘reiziger’ en ‘blijver’. Ik heb mij niet over je te beklagen. Je weet dat ik dat nooit gedaan heb, niet doe en vermoedelijk nooit zal behoeven te doen. Maar toch verdriet het mij wel een beetje, dat mijn uitvoerig en serieus betoog, dat ik leerstellig, historisch en fenomenologisch durf te verantwoorden, hier zo luchtig wordt afgedaan. Het kan toch niet als een grapje bedoeld zijn! Omdat de Statenbijbel blijft liggen en doopvont en avondmaalstafel in de Gereformeerde kerken worden opgeruimd, daarmee vervalt het missionair karakter van het Woord en het plaatselijk karakter van het sacrament! Bij de huiselijke godsdienstoefening konden wij dan als tegenhanger de opmerking geven: de tafel blijft staan, de bijbel wordt weer op de plank gelegd. Dat waren dan twee grapjes. Wanneer het er ons werkelijk om te doen zal zijn, de liturgie in overeenstemming te brengen met het karakter der Hervormde Kerk, dan zal inderdaad het tijdelijk en plaatselijk gegevene niet de maatstaf kunnen zijn. Maar evenmin mag men, van de Oude Kerk uit, de lijnen zomaar doortrekken. Dat hebben de Hervormers met de Belijdenis ook niet gedaan in de 16de eeuw. De Hervorming was een nieuwe inzet, een tegenbeweging: wel met een beroep op Schrift en Oude Kerk, maar niet overwegend volgens de lessen der historie. Dat deed Newman. Luther en Calvijn deden het volgens de lessen des Geestes en des Woords. Dat behoort bij de Liturgie ook te geschieden. De Geest zet altijd van terzijde in. Het Puritanisme heeft ook het recht een testament te maken. Het heeft dat recht verworven door het stempel, dat het gezet heeft op de Atlantische cultuur. De liturgie der Oude Kerk is machtig, rijk, indrukwekkend. Maar zijn het geen verzonken klokken? Een geestelijke tegenbeweging heeft ons daarvan afgesneden. Wij mogen daarheen niet terug. God Zelf moet de kerkklok luiden, die de kerk der toekomst samen zal brengen. Met hartelijke groet, t.t.

O. Noordmans.

(ARUG)

Noten

  1. 1

    G. van der Leeuw, zie brief nr. 349 (27.7.1925), n. 1.↩

  2. 2

    G. van der Leeuw Liturgiek (Nijkerk 1940, 2e dr. 1946). De noot: ‘Het is dus niet zo als Noordmans het voorstelt, dat het Sacrament de ‘blijver’ en het Woord de ‘reiziger’ is. Althans in de gereformeerde kerken is het precies omgekeerd!’↩

  3. 3

    Zie VW 6, 134vv.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 708. O. Noordmans aan De Regenboog7. Laren710. G. van der Leeuw aan O. Noordmans →