713. J. Barbas1 aan O. Noordmans
’s-Gravenhage, 6 augustus 1943
Vertrouwelijk
Amice,
De zaak der verplichte emeritaten is behandeld. Achteraf bezien was ’t beter geweest, geen voorstellen ter tafel dezer synode te brengen, en zich neer te leggen bij de circulaire der Algemene Synodale Commissie ad hoc. ’t Rapport der Commissie voor de stukken was vòòr ’t scheppen van een recht op het hulppredikerschap onder zeker beperkende clausules. Maar “de wind was hun tegen.” Prof. Semmelink2 kon als voorzitter der commissie voor de stukken met ’t rapport dier commissie (natuurlijk) meegaan. Prof. Berkelbach3 noemde ’t een enorm verdrietig onderwerp. Hij voelde alles voor den nood der beroepbare proponenten en nu deden de oude predikanten alles waaronder zij die voorgaan: ds. Noordmans en Barbas met name noemende, om aan te blijven, wonend in mooie “landhuizen”. Als ’t de weduwe betrof, dan was deze wel gauw onderdak. De secretaris wilde geen hulppredikerschap, maar een deskundige huurcommissie, om ’t vraagstuk te bekijken. Men bepleitte, een deel der pastorie te laten bewonen, in huur: alleen de meubelen erin te laten. De vergadering was in grote meerderheid tegen ’t hulppredikerschap. Even dreigde de circulaire der Algemene Synodale Commissie4 van de baan te worden gedrukt. De president5 redde deze, zodat er tenslotte niet veel aan is veranderd. Desgewenst wil de synode bemiddelen, die predikanten, die van de kerkvoogden gedaan willen krijgen, de pastorie geheel of gedeeltelijk voor beperkte tijd te blijven bewonen met goedvinden van de beroepen predikant of candidaat. - We zijn dus niet veel verder; maar ook niet verder van huis. De mogelijkheid blijft van een hulppredikerschap, door de Algemene Synodale Commissie gesteld op zes maanden, met de medewerking van kerkeraad, classikaal bestuur en - kerkvoogden, waar de hulpprediker geen recht heeft op het bewonen der pastorie. Wat doe jij nu? Hartelijke groeten, tt.
J. Barbas.
In haast.
(AN)