720. W.A. Zeydner1 aan O. Noordmans
Rotterdam, 6 maart 1944
Waarde collega Noordmans,
Bakhuizen2 gaf mij inzage van uw brief aan de Commissie Kerk en Eredienst.3 Gij schreeft: Gij zult mijn besluit billijken en...waarschijnlijk meer dan dat.4 In dit laatste vergist gij u. Uw benoeming bracht in het werk onzer commissie vertraging, doordat ge zo moeilijk door afstand en verbinding te krijgen zijt. Ik verheugde mij echter in een vergadering met u. Het zouden moeizame uiteenzettingen worden, voor er iets van een gemeenschappelijk advies zou kunnen ontstaan. Maar uw oordeel heb ik steeds op hoge prijs gesteld. Uw boek Liturgie5 heb ik gespeld en doorworsteld. Ik heb reeds vroeger gezegd, dat ik uw gedachtengang op het einde, waar ge stelling neemt tegen Barth,6 niet heb kunnen begrijpen. En voor mij ligt juist daar een der knooppunten. Ik hoop dat er zich nog eens een gelegenheid voordoet, om tot een uiteenzetting te komen, zoals op de predikantenvergadering voor de oorlog door Gravemeijer7 en mij en u en Van der Leeuw begonnen is.8 Dat u Roodenburg9 hebt aanbevolen, verheugt mij zeer. De Schotse Kerk is ons en in kerkorde en in orde van dienst ver vooruit en Roodenburg is een goede kenner dezer kerk. Laatst heb ik gesproken voor de jongens en meisjes van de jeugdkerk te Voorburg. Roodenburg en zijn collega waren beide aanwezig. Nog nergens heb ik zo’n belangstelling en fris leven aangetroffen voor liturgie als daar. Gij zoudt er plezier in gehad hebben. Liturgie kan romaniserend werken, maar ze kan ook betekenen een réveil van het gereformeerde kerkelijke leven. Maar dan is een positiever houding nodig dan tegenwoordig regel is. Met hartelijke groet, uw vriend uit Kerkopbouw en Reorganisatiecomité.
Zeydner.
(AN)