759. H. Kraemer1 aan O. Noordmans
Leiden, 13 maart 1946
Waarde Noordmans,
Hartelijk dank voor je brief.2 Ik stel dat zeer op prijs. Je raakt in deze brief zoveel aan dat ik onder de pressie van veel extra besprekingen, o.a. veroorzaakt door mijn benoeming te Genève,3 geen kans zie om in dit antwoord daarop naar behoren in te gaan. We moeten beslist eens zien dat we elkaar spreken, want ik zou jouw instemming bijzonder op prijs stellen, temeer omdat ik ook weet dat verschillende van mijn essentiële opmerkingen en gezichtspunten door jou reeds tussen 1930 en ’38 zijn bepleit. Ik ben overtuigd dat we heel dicht bij elkaar staan, geestelijk. Voor mij is het niet erg als je mij critiseert, maar voor wat er thans in de kerk gebeurt is jouw mening van grote gevolgen en daarom is het een ernstige zaak. Ik zou je dus gaarne duidelijk maken dat je zowel principieel de zaak verkeerd interpreteert als ook allerlei dingen die er gebeurd zijn, historisch fout ziet. Dat laatste komt natuurlijk doordat je tijdens de oorlog afgesloten zat in de Achterhoek. Ik zou je door een eenvoudig verhaal kunnen aantonen dat verschillende van je veronderstellende verklaringen met de feiten in strijd zijn. Daarom heb ik natuurlijk zeer veel op te merken tegen je stuk4 en ik vrees dat dat veel kwaad sticht. Ik zou je zowel in het belang der zaak als uit waardering voor je persoon willen vragen vooral niet te aarzelen mij telkens je kanttekeningen in brieven te laten merken. Wanneer je behoefte hebt aan publicatie, zou ik juist het liefst zien dat je dit deed in de beide bladen der kerk, opdat we zo een vruchtbare en waardige discussie kunnen krijgen. Ik kan nu helaas niet uitvoeriger zijn, maar wil bijv. slechts één principieel punt noemen. Je zegt dat ik fundamentele levenshoudingen in de plaats stel van meer zakelijke en rationele waarheidsvormen. Dat is een betreurenswaardige vergissing. Ik geef de zakelijke en rationele waarheidsvormen een andere plaats en ook een zeer belangrijke plaats; dat is heel wat anders ‘dan in de plaats stellen van’. Wil het bovenstaande beschouwen als een bewijs van mijn erkentelijkheid. Met hartelijke groeten, je
H. Kraemer.
(AN)